Naar de inhoud

circa AD 95

The Revelation

John's vision on Patmos unveils the cosmic victory of the Lamb over evil and the final restoration of all creation.

404 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Openbaring 18:5ca. 96 n.Chr.

    Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot den hemel toe, en God is harer ongerechtigheden gedachtig geworden.

  2. Openbaring 18:6ca. 96 n.Chr.

    Vergeldt haar, gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel, naar haar werken; in den drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.

  3. Openbaring 18:7ca. 96 n.Chr.

    Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.

  4. Openbaring 18:8ca. 96 n.Chr.

    Daarom zullen haar plagen op een dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

  5. Openbaring 18:9ca. 96 n.Chr.

    En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien;

  6. Openbaring 18:10ca. 96 n.Chr.

    Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen.

  7. Openbaring 18:11ca. 96 n.Chr.

    En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt;

  8. Openbaring 18:12ca. 96 n.Chr.

    Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen;

  9. Openbaring 18:13ca. 96 n.Chr.

    En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn, en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen, en de zielen der mensen.

  10. Openbaring 18:14ca. 96 n.Chr.

    En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan; en gij zult hetzelve niet meer vinden.

  11. Openbaring 18:15ca. 96 n.Chr.

    De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vreze van haar pijniging, wenende en rouw makende;

  12. Openbaring 18:16ca. 96 n.Chr.

    En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en met kostelijk gesteente, en met paarlen; want in een ure is zo grote rijkdom verwoest.

  13. Openbaring 18:17ca. 96 n.Chr.

    En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van verre;

  14. Openbaring 18:18ca. 96 n.Chr.

    En riepen, ziende den rook van haar brand, en zeggende: Wat stad was deze grote stad gelijk?

  15. Openbaring 18:19ca. 96 n.Chr.

    En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.

  16. Openbaring 18:20ca. 96 n.Chr.

    Bedrijft vreugde over haar, gij hemel, en gij heilige apostelen, en gij profeten, want God heeft uw oordeel aan haar geoordeeld.

  17. Openbaring 18:21ca. 96 n.Chr.

    En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en wierp dien in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babylon met geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden.

  18. Openbaring 18:22ca. 96 n.Chr.

    En de stem der citerspelers, en der zangers, en der fluiters, en der bazuiners, zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenaar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en geen geluid des molens zal in u meer gehoord worden.

  19. Openbaring 18:23ca. 96 n.Chr.

    En het licht der kaars zal in u niet meer schijnen; en de stem eens bruidegoms en ener bruid zal in u niet meer gehoord worden; want uw kooplieden waren de groten der aarde, want door uw toverij zijn alle volken verleid geweest.

  20. Openbaring 18:24ca. 96 n.Chr.

    En in dezelve is gevonden het bloed der profeten en der heiligen, en al dergenen, die gedood zijn op de aarde.

  21. Openbaring 19:1ca. 96 n.Chr.

    En na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in den hemel, zeggende: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God.

  22. Openbaring 19:2ca. 96 n.Chr.

    Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig; dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft.

  23. Openbaring 19:3ca. 96 n.Chr.

    En zij zeiden ten tweeden maal: Halleluja! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid.

  24. Openbaring 19:4ca. 96 n.Chr.

    En de vier en twintig ouderlingen, en de vier dieren vielen neder, en aanbaden God, Die op den troon zat, zeggende: Amen, Halleluja!

  25. Openbaring 19:5ca. 96 n.Chr.

    En een stem kwam uit den troon, zeggende: Looft onzen God, gij al Zijn dienstknechten, en gij, die Hem vreest, beiden klein en groot!