Naar de inhoud

circa AD 95

The Revelation

John's vision on Patmos unveils the cosmic victory of the Lamb over evil and the final restoration of all creation.

404 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Openbaring 15:2ca. 96 n.Chr.

    En ik zag als een glazen zee, met vuur gemengd; en die de overwinning hadden van het beest, en van zijn beeld, en van zijn merkteken, en van het getal zijns naams, welke stonden aan de glazen zee, hebbende de citers Gods;

  2. Openbaring 15:3ca. 96 n.Chr.

    En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!

  3. Openbaring 15:4ca. 96 n.Chr.

    Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

  4. Openbaring 15:5ca. 96 n.Chr.

    En na dezen zag ik, en ziet, de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.

  5. Openbaring 15:6ca. 96 n.Chr.

    En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad, en omgord om de borst met gouden gordels.

  6. Openbaring 15:7ca. 96 n.Chr.

    En een van de vier dieren gaf den zeven engelen zeven gouden fiolen, vol van den toorn Gods, Die in alle eeuwigheid leeft.

  7. Openbaring 15:8ca. 96 n.Chr.

    En de tempel werd vervuld met rook uit de heerlijkheid Gods, en uit Zijn kracht; en niemand kon in den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geeindigd waren.

  8. Openbaring 16:1ca. 96 n.Chr.

    En ik hoorde een grote stem uit den tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat henen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde.

  9. Openbaring 16:2ca. 96 n.Chr.

    En de eerste ging henen, en goot zijn fiool uit op de aarde; en er werd een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden.

  10. Openbaring 16:3ca. 96 n.Chr.

    En de tweede engel goot zijn fiool uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode; en alle levende ziel is gestorven in de zee.

  11. Openbaring 16:4ca. 96 n.Chr.

    En de derde engel goot zijn fiool uit in de rivieren en in de fonteinen der wateren; en de wateren werden bloed.

  12. Openbaring 16:5ca. 96 n.Chr.

    En ik hoorde den engel der wateren zeggen: Gij zijt rechtvaardig, Heere! Die is, en Die was, en Die zijn zal, dat Gij dit geoordeeld hebt;

  13. Openbaring 16:6ca. 96 n.Chr.

    Dewijl zij het bloed der heiligen, en der profeten vergoten hebben, zo hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.

  14. Openbaring 16:7ca. 96 n.Chr.

    En ik hoorde een anderen van het altaar zeggen: Ja, Heere, Gij almachtige God! Uwe oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

  15. Openbaring 16:8ca. 96 n.Chr.

    En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.

  16. Openbaring 16:9ca. 96 n.Chr.

    En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.

  17. Openbaring 16:10ca. 96 n.Chr.

    En de vijfde engel goot zijn fiool uit op den troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn;

  18. Openbaring 16:11ca. 96 n.Chr.

    En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.

  19. Openbaring 16:12ca. 96 n.Chr.

    En de zesde engel goot zijn fiool uit op de grote rivier, den Eufraat; en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van den opgang der zon komen zullen.

  20. Openbaring 16:13ca. 96 n.Chr.

    En ik zag uit den mond des draaks, en uit den mond van het beest, en uit den mond des valsen profeets, drie onreine geesten gaan, den vorsen gelijk;

  21. Openbaring 16:14ca. 96 n.Chr.

    Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.

  22. Openbaring 16:15ca. 96 n.Chr.

    Zie, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie.

  23. Openbaring 16:16ca. 96 n.Chr.

    En zij hebben hen vergaderd in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armageddon.

  24. Openbaring 16:17ca. 96 n.Chr.

    En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied!

  25. Openbaring 16:18ca. 96 n.Chr.

    En er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op de aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot.