Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 10:32ca. 29 n.Chr.

    En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;

  2. Markus 10:33ca. 29 n.Chr.

    Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren;

  3. Markus 10:34ca. 29 n.Chr.

    En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

  4. Markus 10:35ca. 29 n.Chr.

    En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.

  5. Markus 10:36ca. 29 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?

  6. Markus 10:37ca. 29 n.Chr.

    En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.

  7. Markus 10:38ca. 29 n.Chr.

    Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?

  8. Markus 10:39ca. 29 n.Chr.

    En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;

  9. Markus 10:40ca. 29 n.Chr.

    Maar het zitten tot Mijn rechter hand en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.

  10. Markus 10:41ca. 29 n.Chr.

    En als de andere tien dit hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.

  11. Markus 10:42ca. 29 n.Chr.

    Maar Jezus, het tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.

  12. Markus 10:43ca. 29 n.Chr.

    Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.

  13. Markus 10:44ca. 29 n.Chr.

    En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.

  14. Markus 10:45ca. 29 n.Chr.

    Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

  15. Markus 10:46ca. 29 n.Chr.

    En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.

  16. Markus 10:47ca. 29 n.Chr.

    En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.

  17. Markus 10:48ca. 29 n.Chr.

    En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.

  18. Markus 10:49ca. 29 n.Chr.

    En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.

  19. Markus 10:50ca. 29 n.Chr.

    En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.

  20. Markus 10:51ca. 29 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.

  21. Markus 10:52ca. 29 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.

  22. Markus 11:1ca. 33 n.Chr.

    En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,

  23. Markus 11:2ca. 33 n.Chr.

    En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.

  24. Markus 11:3ca. 33 n.Chr.

    En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.

  25. Markus 11:4ca. 33 n.Chr.

    En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.