Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 11:30ca. 33 n.Chr.

    De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.

  2. Markus 11:31ca. 33 n.Chr.

    En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

  3. Markus 11:32ca. 33 n.Chr.

    Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.

  4. Markus 11:33ca. 33 n.Chr.

    En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.

  5. Markus 12:1ca. 33 n.Chr.

    En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buitenslands.

  6. Markus 12:2ca. 33 n.Chr.

    En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.

  7. Markus 12:3ca. 33 n.Chr.

    Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.

  8. Markus 12:4ca. 33 n.Chr.

    En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.

  9. Markus 12:5ca. 33 n.Chr.

    En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.

  10. Markus 12:6ca. 33 n.Chr.

    Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.

  11. Markus 12:7ca. 33 n.Chr.

    Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.

  12. Markus 12:8ca. 33 n.Chr.

    En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.

  13. Markus 12:9ca. 33 n.Chr.

    Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.

  14. Markus 12:10ca. 33 n.Chr.

    Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;

  15. Markus 12:11ca. 33 n.Chr.

    Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.

  16. Markus 12:12ca. 33 n.Chr.

    En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.

  17. Markus 12:13ca. 33 n.Chr.

    En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.

  18. Markus 12:14ca. 33 n.Chr.

    Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?

  19. Markus 12:15ca. 33 n.Chr.

    En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.

  20. Markus 12:16ca. 33 n.Chr.

    En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.

  21. Markus 12:17ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.

  22. Markus 12:18ca. 33 n.Chr.

    En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:

  23. Markus 12:19ca. 33 n.Chr.

    Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.

  24. Markus 12:20ca. 33 n.Chr.

    Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.

  25. Markus 12:21ca. 33 n.Chr.

    De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.