Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 10:7ca. 29 n.Chr.

    Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;

  2. Markus 10:8ca. 29 n.Chr.

    En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.

  3. Markus 10:9ca. 29 n.Chr.

    Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.

  4. Markus 10:10ca. 29 n.Chr.

    En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.

  5. Markus 10:11ca. 29 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.

  6. Markus 10:12ca. 29 n.Chr.

    En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.

  7. Markus 10:13ca. 29 n.Chr.

    En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.

  8. Markus 10:14ca. 29 n.Chr.

    Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

  9. Markus 10:15ca. 29 n.Chr.

    Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.

  10. Markus 10:16ca. 29 n.Chr.

    En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.

  11. Markus 10:17ca. 29 n.Chr.

    En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?

  12. Markus 10:18ca. 29 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.

  13. Markus 10:19ca. 29 n.Chr.

    Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.

  14. Markus 10:20ca. 29 n.Chr.

    Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.

  15. Markus 10:21ca. 29 n.Chr.

    En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.

  16. Markus 10:22ca. 29 n.Chr.

    Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.

  17. Markus 10:23ca. 29 n.Chr.

    En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!

  18. Markus 10:24ca. 29 n.Chr.

    En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!

  19. Markus 10:25ca. 29 n.Chr.

    Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.

  20. Markus 10:26ca. 29 n.Chr.

    En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?

  21. Markus 10:27ca. 29 n.Chr.

    Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.

  22. Markus 10:28ca. 29 n.Chr.

    En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

  23. Markus 10:29ca. 29 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil,

  24. Markus 10:30ca. 29 n.Chr.

    Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

  25. Markus 10:31ca. 29 n.Chr.

    Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.