circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 10:7ca. 29 n.Chr.
Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;
- Markus 10:8ca. 29 n.Chr.
En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.
- Markus 10:9ca. 29 n.Chr.
Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
- Markus 10:10ca. 29 n.Chr.
En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.
- Markus 10:11ca. 29 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.
- Markus 10:12ca. 29 n.Chr.
En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.
- Markus 10:13ca. 29 n.Chr.
En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.
- Markus 10:14ca. 29 n.Chr.
Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.
- Markus 10:15ca. 29 n.Chr.
Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
- Markus 10:16ca. 29 n.Chr.
En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.
- Markus 10:17ca. 29 n.Chr.
En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?
- Markus 10:18ca. 29 n.Chr.
En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.
- Markus 10:19ca. 29 n.Chr.
Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.
- Markus 10:20ca. 29 n.Chr.
Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.
- Markus 10:21ca. 29 n.Chr.
En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.
- Markus 10:22ca. 29 n.Chr.
Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
- Markus 10:23ca. 29 n.Chr.
En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!
- Markus 10:24ca. 29 n.Chr.
En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!
- Markus 10:25ca. 29 n.Chr.
Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.
- Markus 10:26ca. 29 n.Chr.
En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?
- Markus 10:27ca. 29 n.Chr.
Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.
- Markus 10:28ca. 29 n.Chr.
En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
- Markus 10:29ca. 29 n.Chr.
En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil,
- Markus 10:30ca. 29 n.Chr.
Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
- Markus 10:31ca. 29 n.Chr.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.