Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 9:32ca. 32 n.Chr.

    Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.

  2. Markus 9:33ca. 32 n.Chr.

    En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?

  3. Markus 9:34ca. 32 n.Chr.

    Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn.

  4. Markus 9:35ca. 32 n.Chr.

    En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

  5. Markus 9:36ca. 32 n.Chr.

    En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:

  6. Markus 9:37ca. 32 n.Chr.

    Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.

  7. Markus 9:38ca. 32 n.Chr.

    En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.

  8. Markus 9:39ca. 32 n.Chr.

    Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken.

  9. Markus 9:40ca. 32 n.Chr.

    Want wie tegen ons niet is, die is voor ons.

  10. Markus 9:41ca. 32 n.Chr.

    Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

  11. Markus 9:42ca. 32 n.Chr.

    En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in de zee geworpen ware.

  12. Markus 9:43ca. 32 n.Chr.

    En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;

  13. Markus 9:44ca. 32 n.Chr.

    Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

  14. Markus 9:45ca. 32 n.Chr.

    En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur;

  15. Markus 9:46ca. 32 n.Chr.

    Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

  16. Markus 9:47ca. 32 n.Chr.

    En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;

  17. Markus 9:48ca. 32 n.Chr.

    Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

  18. Markus 9:49ca. 32 n.Chr.

    Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.

  19. Markus 9:50ca. 32 n.Chr.

    Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.

  20. Markus 10:1ca. 29 n.Chr.

    En van daar opgestaan zijnde, ging Hij naar de landpalen van Judea, door de overzijde van de Jordaan; en de scharen kwamen wederom samen bij Hem, en gelijk Hij gewoon was, leerde Hij hen wederom.

  21. Markus 10:2ca. 29 n.Chr.

    En de Farizeen, tot Hem komende, vraagden Hem, of het een man geoorloofd is, zijn vrouw te verlaten, Hem verzoekende.

  22. Markus 10:3ca. 29 n.Chr.

    Maar Hij antwoordende, zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?

  23. Markus 10:4ca. 29 n.Chr.

    En zij zeiden: Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven, en haar te verlaten.

  24. Markus 10:5ca. 29 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Vanwege de hardigheid uwer harten heeft hij ulieden dat gebod geschreven.

  25. Markus 10:6ca. 29 n.Chr.

    Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.