Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Markus 8:20ca. 32 n.Chr.

    En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven.

  2. Markus 8:21ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?

  3. Markus 8:22ca. 32 n.Chr.

    En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.

  4. Markus 8:23ca. 32 n.Chr.

    En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.

  5. Markus 8:24ca. 32 n.Chr.

    En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.

  6. Markus 8:25ca. 32 n.Chr.

    Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.

  7. Markus 8:26ca. 32 n.Chr.

    En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

  8. Markus 8:27ca. 32 n.Chr.

    En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?

  9. Markus 8:28ca. 32 n.Chr.

    En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten.

  10. Markus 8:29ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.

  11. Markus 8:30ca. 32 n.Chr.

    En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.

  12. Markus 8:31ca. 32 n.Chr.

    En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.

  13. Markus 8:32ca. 32 n.Chr.

    En dit woord sprak Hij vrij uit; en Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen;

  14. Markus 8:33ca. 32 n.Chr.

    Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mijn, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

  15. Markus 8:34ca. 32 n.Chr.

    En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

  16. Markus 8:35ca. 32 n.Chr.

    Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.

  17. Markus 8:36ca. 32 n.Chr.

    Want wat zou het den mens baten zo hij de gehele wereld won, en zijner ziele schade leed?

  18. Markus 8:37ca. 32 n.Chr.

    Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?

  19. Markus 8:38ca. 32 n.Chr.

    Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.

  20. Markus 9:1ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.

  21. Markus 9:2ca. 32 n.Chr.

    En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.

  22. Markus 9:3ca. 32 n.Chr.

    En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde zo wit maken kan.

  23. Markus 9:4ca. 32 n.Chr.

    En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus.

  24. Markus 9:5ca. 32 n.Chr.

    En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een.

  25. Markus 9:6ca. 32 n.Chr.

    Want hij wist niet, wat hij zeide; want zij waren zeer bevreesd.