Naar de inhoud

circa 1446 BC

Sinai & The Law

God meets Israel at Mount Sinai, reveals the Ten Commandments, and establishes the Tabernacle and the priestly covenant.

1,657 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Exodus 40:16ca. 1491 v.Chr.

    Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.

  2. Exodus 40:17ca. 1491 v.Chr.

    En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd.

  3. Exodus 40:18ca. 1491 v.Chr.

    Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.

  4. Exodus 40:19ca. 1491 v.Chr.

    En hij spreidde de tent uit over den tabernakel, en hij zette het deksel der tent daar bovenop, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  5. Exodus 40:20ca. 1491 v.Chr.

    Voorts nam hij, en legde de getuigenis in de ark, en deed de handbomen aan de ark, en hij zette het verzoendeksel boven op de ark.

  6. Exodus 40:21ca. 1491 v.Chr.

    En hij bracht de ark in den tabernakel, en hij hing den voorhang van het deksel op, en bedekte de ark der getuigenis, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  7. Exodus 40:22ca. 1491 v.Chr.

    Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst, aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten den voorhang.

  8. Exodus 40:23ca. 1491 v.Chr.

    En hij schikte daarop het brood in orde, voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  9. Exodus 40:24ca. 1491 v.Chr.

    Hij zette ook den kandelaar in de tent der samenkomst, recht over de tafel, aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.

  10. Exodus 40:25ca. 1491 v.Chr.

    En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  11. Exodus 40:26ca. 1491 v.Chr.

    En hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst, voor den voorhang.

  12. Exodus 40:27ca. 1491 v.Chr.

    En hij stak daarop aan reukwerk van welriekende specerijen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  13. Exodus 40:28ca. 1491 v.Chr.

    Hij hing ook het deksel van de deur des tabernakels.

  14. Exodus 40:29ca. 1491 v.Chr.

    En hij zette het altaar des brandoffers aan de deur des tabernakels, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop brandoffer, en spijsoffer, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

  15. Exodus 40:30ca. 1491 v.Chr.

    Hij zette ook het wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en hij deed water daarin om te wassen.

  16. Exodus 40:31ca. 1491 v.Chr.

    En Mozes en Aaron, en zijn zonen wiesen daaruit hun handen en hun voeten.

  17. Exodus 40:32ca. 1491 v.Chr.

    Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

  18. Exodus 40:33ca. 1491 v.Chr.

    Hij richtte ook den voorhof op, rondom den tabernakel en het altaar, en hij hing het deksel van de poort des voorhofs op. Alzo voleindigde Mozes het werk.

  19. Exodus 40:34ca. 1491 v.Chr.

    Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.

  20. Exodus 40:35ca. 1491 v.Chr.

    Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde.

  21. Exodus 40:36ca. 1491 v.Chr.

    Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israels voort in al hun reizen.

  22. Exodus 40:37ca. 1491 v.Chr.

    Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd.

  23. Exodus 40:38ca. 1491 v.Chr.

    Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israels in al hun reizen.

  24. Leviticus 1:1ca. 1490 v.Chr.

    En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:

  25. Leviticus 1:2ca. 1490 v.Chr.

    Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als een mens uit u den HEERE een offerande zal offeren, gij zult uw offeranden offeren van het vee, van runderen en van schapen.