- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Bijbelverzen over Young Men
Belangrijke bijbelverzen
De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.
Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.
Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.
Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.
Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.
Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden.
Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.
Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering!
Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;
Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;