Skip to content

Bijbelverzen over Sin

210 verzen · 120 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.

  2. Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand.

  3. Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  4. Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

  5. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

  6. Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  7. Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

  8. Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;

  9. Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.

  10. Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

  11. Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

  12. Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;

  13. Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

  14. Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

  15. De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  16. Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.

  17. Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.

  18. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natien.

  19. De weg der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar dien, die de gerechtigheid najaagt, zal Hij liefhebben.

  20. Door goedertierenheid en trouw wordt de misdaad verzoend; en door de vreze des HEEREN wijkt men af van het kwade.

  21. Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?

  22. Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, en de ploeging der goddelozen, zijn zonde.

  23. De gedachte der dwaasheid is zonde; en een spotter is den mens een gruwel.

  24. Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

  25. Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is;