Naar de inhoud

Bijbelverzen over Psalms

896 verzen · 16 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!

  2. Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd.

  3. Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!

  4. Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.

  5. Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.

  6. Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.

  7. Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.

  8. Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.

  9. Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

  10. Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!

  11. Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.

  12. HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.

  13. Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;

  14. In welker handen schandelijk bedrijf is, en welker rechterhand vol geschenken is.

  15. Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.

  16. Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.

  17. Een psalm van David. De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wien zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wien zou ik vervaard zijn?

  18. Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen.

  19. Ofschoon mij een leger belegerde, mijn hart zou niet vrezen; ofschoon een oorlog tegen mij opstond, zo vertrouw ik hierop.

  20. Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.

  21. Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen.

  22. Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.

  23. Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  24. Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

  25. Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!