Naar de inhoud

Bijbelverzen over Psalms: Prophetic Psalms

49 verzen · 16 aspecten

Verzen over Prophetic Psalms

  1. Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?

  2. De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:

  3. Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

  4. Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.

  5. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken.

  6. Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.

  7. Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

  8. Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.

  9. Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat.

  10. Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde!

  11. Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

  12. Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.

  13. Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  14. O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;

  15. Maar tot de heiligen, die op de aarde zijn, en de heerlijken, in dewelke al mijn lust is.

  16. De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.

  17. De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.

  18. De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.

  19. Ik zal den HEERE loven, Die mij raad heeft gegeven; zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.

  20. Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.

  21. Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.

  22. Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.

  23. Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

  24. Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid.

  25. De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.