Skip to content

Bijbelverzen over Prudence

192 verzen · 40 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.

  2. Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.

  3. Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.

  4. De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.

  5. Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  6. Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  7. De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  8. De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.

  9. De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.

  10. De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen.

  11. Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  12. De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.

  13. Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig.

  14. De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

  15. Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen.

  16. Een verstandeloos mens klapt in de hand, zich borg stellende bij zijn naaste.

  17. Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  18. De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.

  19. Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.

  20. Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.

  21. De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.

  22. Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.

  23. Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.

  24. De gedachten des vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.

  25. In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.