Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 6:13ca. 31 n.Chr.

    En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.

  2. Mattheüs 6:14ca. 31 n.Chr.

    Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.

  3. Mattheüs 6:15ca. 31 n.Chr.

    Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

  4. Mattheüs 6:16ca. 31 n.Chr.

    En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.

  5. Mattheüs 6:17ca. 31 n.Chr.

    Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;

  6. Mattheüs 6:18ca. 31 n.Chr.

    Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

  7. Mattheüs 6:19ca. 31 n.Chr.

    Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;

  8. Mattheüs 6:20ca. 31 n.Chr.

    Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen;

  9. Mattheüs 6:21ca. 31 n.Chr.

    Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

  10. Mattheüs 6:22ca. 31 n.Chr.

    De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen;

  11. Mattheüs 6:23ca. 31 n.Chr.

    Maar indien uw oog boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien dan het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis zelve zijn!

  12. Mattheüs 6:24ca. 31 n.Chr.

    Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.

  13. Mattheüs 6:25ca. 31 n.Chr.

    Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?

  14. Mattheüs 6:26ca. 31 n.Chr.

    Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?

  15. Mattheüs 6:27ca. 31 n.Chr.

    Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

  16. Mattheüs 6:28ca. 31 n.Chr.

    En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

  17. Mattheüs 6:29ca. 31 n.Chr.

    En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.

  18. Mattheüs 6:30ca. 31 n.Chr.

    Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?

  19. Mattheüs 6:31ca. 31 n.Chr.

    Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?

  20. Mattheüs 6:32ca. 31 n.Chr.

    Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.

  21. Mattheüs 6:33ca. 31 n.Chr.

    Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

  22. Mattheüs 6:34ca. 31 n.Chr.

    Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.

  23. Mattheüs 7:1ca. 31 n.Chr.

    Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

  24. Mattheüs 7:2ca. 31 n.Chr.

    Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.

  25. Mattheüs 7:3ca. 31 n.Chr.

    En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?