circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 14:66ca. 33 n.Chr.
En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
- Markus 14:67ca. 33 n.Chr.
En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
- Markus 14:68ca. 33 n.Chr.
Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
- Markus 14:69ca. 33 n.Chr.
En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
- Markus 14:70ca. 33 n.Chr.
Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
- Markus 14:71ca. 33 n.Chr.
En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
- Markus 14:72ca. 33 n.Chr.
En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
- Markus 15:1ca. 33 n.Chr.
En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij Hem heen, en gaven Hem aan Pilatus over.
- Markus 15:2ca. 33 n.Chr.
En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het.
- Markus 15:3ca. 33 n.Chr.
En de overpriesters beschuldigden Hem van vele zaken; maar Hij antwoordde niets.
- Markus 15:4ca. 33 n.Chr.
En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele zaken zij tegen U getuigen!
- Markus 15:5ca. 33 n.Chr.
En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.
- Markus 15:6ca. 33 n.Chr.
En op het feest liet hij hun een gevangene los, wien zij ook begeerden.
- Markus 15:7ca. 33 n.Chr.
En er was een, genaamd Bar-abbas, gevangen met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had.
- Markus 15:8ca. 33 n.Chr.
En de schare riep uit, en begon te begeren, dat hij deed, gelijk hij hun altijd gedaan had.
- Markus 15:9ca. 33 n.Chr.
En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate?
- Markus 15:10ca. 33 n.Chr.
(Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.)
- Markus 15:11ca. 33 n.Chr.
Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten.
- Markus 15:12ca. 33 n.Chr.
En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met Hem doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt?
- Markus 15:13ca. 33 n.Chr.
En zij riepen wederom: Kruis Hem.
- Markus 15:14ca. 33 n.Chr.
Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
- Markus 15:15ca. 33 n.Chr.
Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij Hem gegeseld had, om gekruist te worden.
- Markus 15:16ca. 33 n.Chr.
En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen;
- Markus 15:17ca. 33 n.Chr.
En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;
- Markus 15:18ca. 33 n.Chr.
En begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!