circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 14:16ca. 33 n.Chr.
En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
- Markus 14:17ca. 33 n.Chr.
En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
- Markus 14:18ca. 33 n.Chr.
En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
- Markus 14:19ca. 33 n.Chr.
En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
- Markus 14:20ca. 33 n.Chr.
Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
- Markus 14:21ca. 33 n.Chr.
De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
- Markus 14:22ca. 33 n.Chr.
En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
- Markus 14:23ca. 33 n.Chr.
En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
- Markus 14:24ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
- Markus 14:25ca. 33 n.Chr.
Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
- Markus 14:26ca. 33 n.Chr.
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
- Markus 14:27ca. 33 n.Chr.
En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
- Markus 14:28ca. 33 n.Chr.
Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
- Markus 14:29ca. 33 n.Chr.
En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
- Markus 14:30ca. 33 n.Chr.
En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
- Markus 14:31ca. 33 n.Chr.
Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
- Markus 14:32ca. 33 n.Chr.
En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
- Markus 14:33ca. 33 n.Chr.
En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
- Markus 14:34ca. 33 n.Chr.
En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
- Markus 14:35ca. 33 n.Chr.
En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
- Markus 14:36ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
- Markus 14:37ca. 33 n.Chr.
En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
- Markus 14:38ca. 33 n.Chr.
Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
- Markus 14:39ca. 33 n.Chr.
En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
- Markus 14:40ca. 33 n.Chr.
En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.