circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 13:28ca. 33 n.Chr.
En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
- Markus 13:29ca. 33 n.Chr.
Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.
- Markus 13:30ca. 33 n.Chr.
Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
- Markus 13:31ca. 33 n.Chr.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
- Markus 13:32ca. 33 n.Chr.
Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
- Markus 13:33ca. 33 n.Chr.
Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.
- Markus 13:34ca. 33 n.Chr.
Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;
- Markus 13:35ca. 33 n.Chr.
Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);
- Markus 13:36ca. 33 n.Chr.
Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.
- Markus 13:37ca. 33 n.Chr.
En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.
- Markus 14:1ca. 33 n.Chr.
En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
- Markus 14:2ca. 33 n.Chr.
Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
- Markus 14:3ca. 33 n.Chr.
En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
- Markus 14:4ca. 33 n.Chr.
En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
- Markus 14:5ca. 33 n.Chr.
Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
- Markus 14:6ca. 33 n.Chr.
Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
- Markus 14:7ca. 33 n.Chr.
Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
- Markus 14:8ca. 33 n.Chr.
Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
- Markus 14:9ca. 33 n.Chr.
Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
- Markus 14:10ca. 33 n.Chr.
En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
- Markus 14:11ca. 33 n.Chr.
En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
- Markus 14:12ca. 33 n.Chr.
En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
- Markus 14:13ca. 33 n.Chr.
En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
- Markus 14:14ca. 33 n.Chr.
En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
- Markus 14:15ca. 33 n.Chr.
En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.