Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 23:10ca. 33 n.Chr.

    En de overpriesters en de Schriftgeleerden stonden, en beschuldigden Hem heftiglijk.

  2. Lukas 23:11ca. 33 n.Chr.

    En Herodes met zijn krijgslieden Hem veracht en bespot hebbende, deed Hem een blinkend kleed aan, en zond Hem weder tot Pilatus.

  3. Lukas 23:12ca. 33 n.Chr.

    En op denzelfde dag werden Pilatus en Herodes vrienden met elkander; want zij waren te voren in vijandschap tegen den anderen.

  4. Lukas 23:13ca. 33 n.Chr.

    En als Pilatus de overpriesters, en de oversten, en het volk bijeengeroepen had, zeide hij tot hen:

  5. Lukas 23:14ca. 33 n.Chr.

    Gij hebt dezen Mens tot mij gebracht, als een, die het volk afkerig maakt; en ziet, ik heb Hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd, en heb in dezen Mens geen schuld gevonden, van hetgeen daar gij Hem mede beschuldigt;

  6. Lukas 23:15ca. 33 n.Chr.

    Ja, ook Herodes niet; want ik heb ulieden tot hem gezonden, en ziet, er is van Hem niets gedaan, dat des doods waardig is.

  7. Lukas 23:16ca. 33 n.Chr.

    Zo zal ik Hem dan kastijden en loslaten.

  8. Lukas 23:17ca. 33 n.Chr.

    En hij moest hun op het feest een loslaten.

  9. Lukas 23:18ca. 33 n.Chr.

    Doch al de menigte riep gelijkelijk, zeggende: Weg met Dezen, en laat ons Bar-abbas los.

  10. Lukas 23:19ca. 33 n.Chr.

    Dewelke was om zeker oproer, dat in de stad geschied was, en om een doodslag, in de gevangenis geworpen.

  11. Lukas 23:20ca. 33 n.Chr.

    Pilatus dan riep hun wederom toe, willende Jezus loslaten.

  12. Lukas 23:21ca. 33 n.Chr.

    Maar zij riepen daartegen, zeggende: Kruis Hem, kruis Hem!

  13. Lukas 23:22ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide ten derden male tot hen: Wat heeft Deze dan kwaads gedaan? Ik heb geen schuld des doods in Hem gevonden. Zo zal ik Hem dan kastijden en loslaten.

  14. Lukas 23:23ca. 33 n.Chr.

    Maar zij hielden aan met groot geroep, eisende, dat Hij zou gekruist worden; en hun en der overpriesteren geroep werd geweldiger.

  15. Lukas 23:24ca. 33 n.Chr.

    En Pilatus oordeelde, dat hun eis geschieden zou.

  16. Lukas 23:25ca. 33 n.Chr.

    En hij liet hun los dengene, die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welken zij geeist hadden; maar Jezus gaf hij over tot hun wil.

  17. Lukas 23:26ca. 33 n.Chr.

    En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.

  18. Lukas 23:27ca. 33 n.Chr.

    En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.

  19. Lukas 23:28ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, Zich tot haar kerende zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen.

  20. Lukas 23:29ca. 33 n.Chr.

    Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.

  21. Lukas 23:30ca. 33 n.Chr.

    Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons.

  22. Lukas 23:31ca. 33 n.Chr.

    Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?

  23. Lukas 23:32ca. 33 n.Chr.

    En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.

  24. Lukas 23:33ca. 33 n.Chr.

    En toen zij kwamen op de plaats genaamd Hoofdschedel plaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter zijde en den ander ter linker zijde.

  25. Lukas 23:34ca. 33 n.Chr.

    En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.