circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 22:56ca. 33 n.Chr.
En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.
- Lukas 22:57ca. 33 n.Chr.
Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.
- Lukas 22:58ca. 33 n.Chr.
En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet.
- Lukas 22:59ca. 33 n.Chr.
En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.
- Lukas 22:60ca. 33 n.Chr.
Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan.
- Lukas 22:61ca. 33 n.Chr.
En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
- Lukas 22:62ca. 33 n.Chr.
En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.
- Lukas 22:63ca. 33 n.Chr.
En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
- Lukas 22:64ca. 33 n.Chr.
En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?
- Lukas 22:65ca. 33 n.Chr.
En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.
- Lukas 22:66ca. 33 n.Chr.
En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,
- Lukas 22:67ca. 33 n.Chr.
Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
- Lukas 22:68ca. 33 n.Chr.
En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten;
- Lukas 22:69ca. 33 n.Chr.
Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods.
- Lukas 22:70ca. 33 n.Chr.
En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben.
- Lukas 22:71ca. 33 n.Chr.
En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.
- Lukas 23:1ca. 33 n.Chr.
En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus.
- Lukas 23:2ca. 33 n.Chr.
En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is.
- Lukas 23:3ca. 33 n.Chr.
En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het.
- Lukas 23:4ca. 33 n.Chr.
En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens.
- Lukas 23:5ca. 33 n.Chr.
En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judea, begonnen hebbende van Galilea tot hier toe.
- Lukas 23:6ca. 33 n.Chr.
Als nu Pilatus van Galilea hoorde, vraagde hij, of die Mens een Galileer was?
- Lukas 23:7ca. 33 n.Chr.
En verstaande, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem heen tot Herodes, die ook zelf in die dagen binnen Jeruzalem was.
- Lukas 23:8ca. 33 n.Chr.
En als Herodes Jezus zag, werd hij zeer verblijd; want hij was van over lang begerig geweest Hem te zien, omdat hij veel van Hem hoorde; en hoopte enig teken te zien, dat van Hem gedaan zou worden.
- Lukas 23:9ca. 33 n.Chr.
En hij vraagde Hem met vele woorden; doch Hij antwoordde hem niets.