circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 24:4ca. 33 n.Chr.
En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.
- Lukas 24:5ca. 33 n.Chr.
En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
- Lukas 24:6ca. 33 n.Chr.
Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,
- Lukas 24:7ca. 33 n.Chr.
Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
- Lukas 24:8ca. 33 n.Chr.
En zij werden indachtig Zijner woorden.
- Lukas 24:9ca. 33 n.Chr.
En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.
- Lukas 24:10ca. 33 n.Chr.
En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.
- Lukas 24:11ca. 33 n.Chr.
En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.
- Lukas 24:12ca. 33 n.Chr.
Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.
- Lukas 24:13ca. 33 n.Chr.
En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadien van Jeruzalem was, welks naam was Emmaus;
- Lukas 24:14ca. 33 n.Chr.
En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.
- Lukas 24:15ca. 33 n.Chr.
En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
- Lukas 24:16ca. 33 n.Chr.
En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
- Lukas 24:17ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?
- Lukas 24:18ca. 33 n.Chr.
En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die dezer dagen daarin geschied zijn?
- Lukas 24:19ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
- Lukas 24:20ca. 33 n.Chr.
En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
- Lukas 24:21ca. 33 n.Chr.
En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israel verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
- Lukas 24:22ca. 33 n.Chr.
Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
- Lukas 24:23ca. 33 n.Chr.
En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
- Lukas 24:24ca. 33 n.Chr.
En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.
- Lukas 24:25ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
- Lukas 24:26ca. 33 n.Chr.
Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
- Lukas 24:27ca. 33 n.Chr.
En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
- Lukas 24:28ca. 33 n.Chr.
En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.