Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 24:29ca. 33 n.Chr.

    En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.

  2. Lukas 24:30ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.

  3. Lukas 24:31ca. 33 n.Chr.

    En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

  4. Lukas 24:32ca. 33 n.Chr.

    En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?

  5. Lukas 24:33ca. 33 n.Chr.

    En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;

  6. Lukas 24:34ca. 33 n.Chr.

    Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.

  7. Lukas 24:35ca. 33 n.Chr.

    En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.

  8. Lukas 24:36ca. 33 n.Chr.

    En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

  9. Lukas 24:37ca. 33 n.Chr.

    En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.

  10. Lukas 24:38ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?

  11. Lukas 24:39ca. 33 n.Chr.

    Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.

  12. Lukas 24:40ca. 33 n.Chr.

    En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.

  13. Lukas 24:41ca. 33 n.Chr.

    En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?

  14. Lukas 24:42ca. 33 n.Chr.

    En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.

  15. Lukas 24:43ca. 33 n.Chr.

    En Hij nam het, en at het voor hun ogen.

  16. Lukas 24:44ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.

  17. Lukas 24:45ca. 33 n.Chr.

    Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.

  18. Lukas 24:46ca. 33 n.Chr.

    En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.

  19. Lukas 24:47ca. 33 n.Chr.

    En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.

  20. Lukas 24:48ca. 33 n.Chr.

    En gij zijt getuigen van deze dingen.

  21. Lukas 24:49ca. 33 n.Chr.

    En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.

  22. Lukas 24:50ca. 33 n.Chr.

    En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.

  23. Lukas 24:51ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.

  24. Lukas 24:52ca. 33 n.Chr.

    En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.

  25. Lukas 24:53ca. 33 n.Chr.

    En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.