circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 1:26ca. 5 n.Chr.
Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;
- Johannes 1:27ca. 5 n.Chr.
Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.
- Johannes 1:28ca. 5 n.Chr.
Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.
- Johannes 1:29ca. 5 n.Chr.
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
- Johannes 1:30ca. 5 n.Chr.
Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.
- Johannes 1:31ca. 5 n.Chr.
En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.
- Johannes 1:32ca. 5 n.Chr.
En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.
- Johannes 1:33ca. 5 n.Chr.
En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.
- Johannes 1:34ca. 5 n.Chr.
En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.
- Johannes 1:35ca. 5 n.Chr.
Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.
- Johannes 1:36ca. 5 n.Chr.
En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!
- Johannes 1:37ca. 5 n.Chr.
En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.
- Johannes 1:38ca. 5 n.Chr.
En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:
- Johannes 1:39ca. 5 n.Chr.
Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?
- Johannes 1:40ca. 5 n.Chr.
Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.
- Johannes 1:41ca. 5 n.Chr.
Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.
- Johannes 1:42ca. 5 n.Chr.
Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
- Johannes 1:43ca. 5 n.Chr.
En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.
- Johannes 1:44ca. 5 n.Chr.
Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.
- Johannes 1:45ca. 5 n.Chr.
Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.
- Johannes 1:46ca. 5 n.Chr.
Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.
- Johannes 1:47ca. 5 n.Chr.
En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
- Johannes 1:48ca. 5 n.Chr.
Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.
- Johannes 1:49ca. 5 n.Chr.
Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.
- Johannes 1:50ca. 5 n.Chr.
Nathanael antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels.