circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 1:51ca. 5 n.Chr.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze. [ (John 1:52) En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen. ]
- Johannes 2:1ca. 4 v.Chr.
En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.
- Johannes 2:2ca. 4 v.Chr.
En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.
- Johannes 2:3ca. 4 v.Chr.
En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
- Johannes 2:4ca. 4 v.Chr.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.
- Johannes 2:5ca. 4 v.Chr.
Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.
- Johannes 2:6ca. 4 v.Chr.
En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten.
- Johannes 2:7ca. 4 v.Chr.
Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
- Johannes 2:8ca. 4 v.Chr.
En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.
- Johannes 2:9ca. 4 v.Chr.
Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.
- Johannes 2:10ca. 4 v.Chr.
En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.
- Johannes 2:11ca. 4 v.Chr.
Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.
- Johannes 2:12ca. 4 v.Chr.
Daarna ging Hij af naar Kapernaum, Hij, en Zijn moeder, en Zijn broeders, en Zijn discipelen; en zij bleven aldaar niet vele dagen.
- Johannes 2:13ca. 4 v.Chr.
En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
- Johannes 2:14ca. 4 v.Chr.
En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende.
- Johannes 2:15ca. 4 v.Chr.
En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om.
- Johannes 2:16ca. 4 v.Chr.
En Hij zeide tot degenen, die de duiven verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel.
- Johannes 2:17ca. 4 v.Chr.
En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden.
- Johannes 2:18ca. 4 v.Chr.
De Joden antwoordden dan, en zeiden tot Hem: Wat teken toont Gij ons, dat Gij deze dingen doet?
- Johannes 2:19ca. 4 v.Chr.
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.
- Johannes 2:20ca. 4 v.Chr.
De Joden zeiden dan: Zes en veertig jaren is over dezen tempel gebouwd, en Gij, zult Gij dien in drie dagen oprichten?
- Johannes 2:21ca. 4 v.Chr.
Maar Hij zeide dit van den tempel Zijns lichaams.
- Johannes 2:22ca. 4 v.Chr.
Daarom, als Hij opgestaan was van de doden, werden Zijn discipelen gedachtig, dat Hij dit tot hen gezegd had, en zij geloofden de Schrift, en het woord, dat Jezus gesproken had.
- Johannes 2:23ca. 4 v.Chr.
En als Hij te Jeruzalem was, op het pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, ziende Zijn tekenen, die Hij deed.
- Johannes 2:24ca. 4 v.Chr.
Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende,