Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Hosea 12:12ca. 725 v.Chr.

    Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steen hopen op de voren der velden.

  2. Hosea 12:13ca. 725 v.Chr.

    Jakob vlood toch naar het veld van Syrie, en Israel diende om een vrouw, en hoedde om een vrouw.

  3. Hosea 12:14ca. 725 v.Chr.

    Maar de HEERE voerde Israel op uit Egypte door een profeet, en door een profeet werd hij gehoed. [ (Hosea 12:15) Efraim daarentegen heeft Hen zeer bitterlijk vertoornd; daarom zal Hij zijn bloed op hem laten, en zijn Heere zal hem zijn smaad vergelden. ]

  4. Hosea 13:1ca. 725 v.Chr.

    Als Efraim sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israel; maar hij is schuldig geworden aan den Baal en is gestorven.

  5. Hosea 13:2ca. 725 v.Chr.

    En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.

  6. Hosea 13:3ca. 725 v.Chr.

    Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.

  7. Hosea 13:4ca. 725 v.Chr.

    Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

  8. Hosea 13:5ca. 725 v.Chr.

    Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.

  9. Hosea 13:6ca. 725 v.Chr.

    Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten.

  10. Hosea 13:7ca. 725 v.Chr.

    Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg.

  11. Hosea 13:8ca. 725 v.Chr.

    Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde hen.

  12. Hosea 13:9ca. 725 v.Chr.

    Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp.

  13. Hosea 13:10ca. 725 v.Chr.

    Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?

  14. Hosea 13:11ca. 725 v.Chr.

    Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.

  15. Hosea 13:12ca. 725 v.Chr.

    Efraims ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.

  16. Hosea 13:13ca. 725 v.Chr.

    Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.

  17. Hosea 13:14ca. 725 v.Chr.

    Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,

  18. Hosea 13:15ca. 725 v.Chr.

    Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven.

  19. Hosea 13:16ca. 725 v.Chr.

    Samaria shall become desolate; for she hath rebelled against her God: they shall fall by the sword: their infants shall be dashed in pieces, and their women with child shall be ripped up.

  20. Hosea 14:1ca. 725 v.Chr.

    Samaria zal woest worden, want zij is wederspannig geweest tegen haar God; zij zullen door het zwaard vallen, hun kinderkens zullen verpletterd, en hun zwangere vrouwen zullen opengesneden worden.

  21. Hosea 14:2ca. 725 v.Chr.

    Bekeer u, o Israel! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.

  22. Hosea 14:3ca. 725 v.Chr.

    Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.

  23. Hosea 14:4ca. 725 v.Chr.

    Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.

  24. Hosea 14:5ca. 725 v.Chr.

    Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd.

  25. Hosea 14:6ca. 725 v.Chr.

    Ik zal Israel zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon.