Naar de inhoud

circa 605–538 BC

The Babylonian Exile

Jerusalem falls and the temple burns; Ezekiel and Daniel minister among the exiles as Lamentations mourns the city's ruin.

1,784 verzen · 3 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Ezechiël 27:15ca. 588 v.Chr.

    De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.

  2. Ezechiël 27:16ca. 588 v.Chr.

    Syrie dreef koophandel met u, vanwege de veelheid uwer werken; met smaragden, purper, en gestikt werk, en zijde, en Ramoth, en Cadkod, handelden zij op uw markten.

  3. Ezechiël 27:17ca. 588 v.Chr.

    Juda en het land Israels waren uw kooplieden; met tarwe van Minnit en Pannag, en honig, en olie, en balsem, dreven zij onderlingen handel met u.

  4. Ezechiël 27:18ca. 588 v.Chr.

    Damaskus dreef koophandel met u, om de veelheid uwer werken, vanwege de veelheid van allerlei goed; met wijn van Chelbon en witte wol.

  5. Ezechiël 27:19ca. 588 v.Chr.

    Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.

  6. Ezechiël 27:20ca. 588 v.Chr.

    Dedan handelde met u met kostelijk gewand tot wagens.

  7. Ezechiël 27:21ca. 588 v.Chr.

    Arabie en alle vorsten van Kedar waren de kooplieden uwer hand; met lammeren, en rammen, en bokken, daarmede handelden zij met u.

  8. Ezechiël 27:22ca. 588 v.Chr.

    De kooplieden van Scheba en Raema waren uw kooplieden; met alle hoofdspecerij, en met alle kostelijk gesteente en goud, handelden zij op uw markten.

  9. Ezechiël 27:23ca. 588 v.Chr.

    Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.

  10. Ezechiël 27:24ca. 588 v.Chr.

    Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.

  11. Ezechiël 27:25ca. 588 v.Chr.

    De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeen.

  12. Ezechiël 27:26ca. 588 v.Chr.

    Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.

  13. Ezechiël 27:27ca. 588 v.Chr.

    Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart der zeeen, ten dage van uw val.

  14. Ezechiël 27:28ca. 588 v.Chr.

    Van het geluid des geschreeuws uwer schippers zullen de voorsteden beven.

  15. Ezechiël 27:29ca. 588 v.Chr.

    En allen, die den riem handelen, zeelieden, en alle schippers van de zee, zullen uit hun schepen nederklimmen; op het land zullen zij staan blijven.

  16. Ezechiël 27:30ca. 588 v.Chr.

    En zij zullen hun stem over u laten horen, en bitterlijk schreeuwen; en zij zullen stof op hun hoofden werpen, zij zullen zich wentelen in de as.

  17. Ezechiël 27:31ca. 588 v.Chr.

    En zij zullen zich over u gans kaal maken, en zakken aangorden; en zullen over u wenen met bitterheid der ziel, en bittere rouwklage.

  18. Ezechiël 27:32ca. 588 v.Chr.

    En zij zullen in hun gekerm een klaaglied over u opheffen, en over u weeklagen, zeggende: Wie is geweest als Tyrus, als de uitgeroeide in het midden der zee?

  19. Ezechiël 27:33ca. 588 v.Chr.

    Als uw marktwaren uit de zeeen voortkwamen, hebt gij vele volken verzadigd; met de veelheid uwer goederen en uw onderlingen koophandel, hebt gij de koningen der aarde rijk gemaakt.

  20. Ezechiël 27:34ca. 588 v.Chr.

    Ten tijde, dat gij uit de zeeen verbroken zijt in de diepte der wateren, zijn uw onderlinge koophandel en uw ganse gemeente in het midden van u gevallen.

  21. Ezechiël 27:35ca. 588 v.Chr.

    Alle inwoners der eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haren te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht.

  22. Ezechiël 27:36ca. 588 v.Chr.

    De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

  23. Ezechiël 28:1ca. 588 v.Chr.

    Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  24. Ezechiël 28:2ca. 588 v.Chr.

    Mensenkind! zeg tot den vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart der zeeen! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.

  25. Ezechiël 28:3ca. 588 v.Chr.

    Zie, gij zijt wijzer dan Daniel; zij hebben niets toegeslotens voor u verborgen.