- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 1446 BC
Sinai & The Law
God meets Israel at Mount Sinai, reveals the Ten Commandments, and establishes the Tabernacle and the priestly covenant.
Verzen uit dit tijdvak
Verder zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid dezer woorden heb Ik een verbond met u en met Israel gemaakt.
En hij was aldaar met den HEERE, veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood, en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.
- Exodus 34:29ca. 1491 v.Chr.
En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinai afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak.
- Exodus 34:30ca. 1491 v.Chr.
Als nu Aaron en al de kinderen Israels Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
- Exodus 34:31ca. 1491 v.Chr.
Toen riep Mozes hen; en Aaron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
- Exodus 34:32ca. 1491 v.Chr.
En daarna traden al de kinderen Israels toe; en hij gebood hun al wat de HEERE met hem gesproken had op den berg Sinai.
- Exodus 34:33ca. 1491 v.Chr.
Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.
- Exodus 34:34ca. 1491 v.Chr.
Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israels, wat hem geboden was.
- Exodus 34:35ca. 1491 v.Chr.
Zo zagen dan de kinderen Israels het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.
- Exodus 35:1ca. 1491 v.Chr.
Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
- Exodus 35:2ca. 1491 v.Chr.
Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
- Exodus 35:3ca. 1491 v.Chr.
Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
- Exodus 35:4ca. 1491 v.Chr.
Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
- Exodus 35:5ca. 1491 v.Chr.
Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
- Exodus 35:6ca. 1491 v.Chr.
Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;
- Exodus 35:7ca. 1491 v.Chr.
En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
- Exodus 35:8ca. 1491 v.Chr.
En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
- Exodus 35:9ca. 1491 v.Chr.
En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
- Exodus 35:10ca. 1491 v.Chr.
En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
- Exodus 35:11ca. 1491 v.Chr.
De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;
- Exodus 35:12ca. 1491 v.Chr.
De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
- Exodus 35:13ca. 1491 v.Chr.
De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
- Exodus 35:14ca. 1491 v.Chr.
En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
- Exodus 35:15ca. 1491 v.Chr.
En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
- Exodus 35:16ca. 1491 v.Chr.
Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.