Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Filippenzen 3:10ca. 64 n.Chr.

    Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende;

  2. Filippenzen 3:11ca. 64 n.Chr.

    Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden.

  3. Filippenzen 3:12ca. 64 n.Chr.

    Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.

  4. Filippenzen 3:13ca. 64 n.Chr.

    Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb.

  5. Filippenzen 3:14ca. 64 n.Chr.

    Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.

  6. Filippenzen 3:15ca. 64 n.Chr.

    Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren.

  7. Filippenzen 3:16ca. 64 n.Chr.

    Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen.

  8. Filippenzen 3:17ca. 64 n.Chr.

    Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.

  9. Filippenzen 3:18ca. 64 n.Chr.

    Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn;

  10. Filippenzen 3:19ca. 64 n.Chr.

    Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken.

  11. Filippenzen 3:20ca. 64 n.Chr.

    Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;

  12. Filippenzen 3:21ca. 64 n.Chr.

    Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

  13. Filippenzen 4:1ca. 64 n.Chr.

    Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden!

  14. Filippenzen 4:2ca. 64 n.Chr.

    Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere.

  15. Filippenzen 4:3ca. 64 n.Chr.

    En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.

  16. Filippenzen 4:4ca. 64 n.Chr.

    Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.

  17. Filippenzen 4:5ca. 64 n.Chr.

    Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij.

  18. Filippenzen 4:6ca. 64 n.Chr.

    Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

  19. Filippenzen 4:7ca. 64 n.Chr.

    En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

  20. Filippenzen 4:8ca. 64 n.Chr.

    Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;

  21. Filippenzen 4:9ca. 64 n.Chr.

    Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.

  22. Filippenzen 4:10ca. 64 n.Chr.

    En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad.

  23. Filippenzen 4:11ca. 64 n.Chr.

    Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.

  24. Filippenzen 4:12ca. 64 n.Chr.

    En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.

  25. Filippenzen 4:13ca. 64 n.Chr.

    Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.