Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Filippenzen 2:15ca. 64 n.Chr.

    Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

  2. Filippenzen 2:16ca. 64 n.Chr.

    Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.

  3. Filippenzen 2:17ca. 64 n.Chr.

    Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.

  4. Filippenzen 2:18ca. 64 n.Chr.

    En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.

  5. Filippenzen 2:19ca. 64 n.Chr.

    En ik hoop in den Heere Jezus Timotheus haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.

  6. Filippenzen 2:20ca. 64 n.Chr.

    Want ik heb niemand, die even alzo gemoed is, dewelke oprechtelijk uw zaken zal bezorgen.

  7. Filippenzen 2:21ca. 64 n.Chr.

    Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.

  8. Filippenzen 2:22ca. 64 n.Chr.

    En gij weet zijn beproeving, dat hij, als een kind zijn vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.

  9. Filippenzen 2:23ca. 64 n.Chr.

    Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo haast als ik in mijn zaken zal voorzien hebben;

  10. Filippenzen 2:24ca. 64 n.Chr.

    Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.

  11. Filippenzen 2:25ca. 64 n.Chr.

    Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;

  12. Filippenzen 2:26ca. 64 n.Chr.

    Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.

  13. Filippenzen 2:27ca. 64 n.Chr.

    En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.

  14. Filippenzen 2:28ca. 64 n.Chr.

    Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.

  15. Filippenzen 2:29ca. 64 n.Chr.

    Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.

  16. Filippenzen 2:30ca. 64 n.Chr.

    Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.

  17. Filippenzen 3:1ca. 64 n.Chr.

    Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker.

  18. Filippenzen 3:2ca. 64 n.Chr.

    Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.

  19. Filippenzen 3:3ca. 64 n.Chr.

    Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.

  20. Filippenzen 3:4ca. 64 n.Chr.

    Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer;

  21. Filippenzen 3:5ca. 64 n.Chr.

    Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer;

  22. Filippenzen 3:6ca. 64 n.Chr.

    Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk.

  23. Filippenzen 3:7ca. 64 n.Chr.

    Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht.

  24. Filippenzen 3:8ca. 64 n.Chr.

    Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.

  25. Filippenzen 3:9ca. 64 n.Chr.

    En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;