circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- Filippenzen 2:15ca. 64 n.Chr.
Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;
- Filippenzen 2:16ca. 64 n.Chr.
Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.
- Filippenzen 2:17ca. 64 n.Chr.
Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.
- Filippenzen 2:18ca. 64 n.Chr.
En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.
- Filippenzen 2:19ca. 64 n.Chr.
En ik hoop in den Heere Jezus Timotheus haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.
- Filippenzen 2:20ca. 64 n.Chr.
Want ik heb niemand, die even alzo gemoed is, dewelke oprechtelijk uw zaken zal bezorgen.
- Filippenzen 2:21ca. 64 n.Chr.
Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.
- Filippenzen 2:22ca. 64 n.Chr.
En gij weet zijn beproeving, dat hij, als een kind zijn vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.
- Filippenzen 2:23ca. 64 n.Chr.
Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo haast als ik in mijn zaken zal voorzien hebben;
- Filippenzen 2:24ca. 64 n.Chr.
Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.
- Filippenzen 2:25ca. 64 n.Chr.
Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;
- Filippenzen 2:26ca. 64 n.Chr.
Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.
- Filippenzen 2:27ca. 64 n.Chr.
En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
- Filippenzen 2:28ca. 64 n.Chr.
Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.
- Filippenzen 2:29ca. 64 n.Chr.
Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.
- Filippenzen 2:30ca. 64 n.Chr.
Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.
- Filippenzen 3:1ca. 64 n.Chr.
Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker.
- Filippenzen 3:2ca. 64 n.Chr.
Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.
- Filippenzen 3:3ca. 64 n.Chr.
Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.
- Filippenzen 3:4ca. 64 n.Chr.
Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer;
- Filippenzen 3:5ca. 64 n.Chr.
Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer;
- Filippenzen 3:6ca. 64 n.Chr.
Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk.
- Filippenzen 3:7ca. 64 n.Chr.
Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht.
- Filippenzen 3:8ca. 64 n.Chr.
Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.
- Filippenzen 3:9ca. 64 n.Chr.
En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;