Skip to content

Bijbelverzen over Pride

303 verzen · 61 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.

  2. Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.

  3. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar;

  4. En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.

  5. En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;

  6. Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi!

  7. Noch zult gij meesters genoemd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus.

  8. Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.

  9. En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.

  10. En Hij zeide: Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt den mens.

  11. Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen,

  12. Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.

  13. Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mens.

  14. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.

  15. En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;

  16. En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;

  17. Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten.

  18. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd.

  19. En er rees een overlegging onder hen, namelijk, wie van hen de meeste ware.

  20. Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.

  21. Wanneer gij van iemand ter bruiloft genood zult zijn, zo zet u niet in de eerste zitplaats; opdat niet misschien een waardiger dan gij van hem genood zij;

  22. En hij, komende, die u en hem genood heeft, tot u zegge: Geef dezen plaats; en gij alsdan zoudt beginnen met schaamte de laatste plaats te houden.

  23. De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.

  24. Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.

  25. Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.