Naar de inhoud

Bijbelverzen over Holy Land: Divided by lot

22 verzen · 37 aspecten

Verzen over Divided by lot

  1. Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  2. Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.

  3. Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.

  4. En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;

  5. En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  6. Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  7. En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

  8. Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

  9. En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

  10. En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

  11. En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  12. En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

  13. En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  14. Dit zijn ze, dien de HEERE geboden heeft, den kinderen Israels de erfenissen uit te delen, in het land Kanaan.

  15. En nu, deel dit land tot een erfdeel aan de negen stammen, en aan den halven stam van Manasse,

  16. Met denwelken de Rubenieten en Gadieten hun erfenis ontvangen hebben; dewelke Mozes hunlieden gaf aan gene zijde van de Jordaan tegen het oosten, gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, hun gegeven had:

  17. Van Aroer aan, die aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land van Medeba tot Dibon toe;

  18. En al de steden van Sihon, de koning der Amorieten, die te Hesbon geregeerd heeft, tot aan de landpale der kinderen Ammons;

  19. En Gilead, en de landpale der Gezurieten, en der Maachathieten, en den gansen berg Hermon, en gans Bazan, tot Salcha toe;

  20. Het ganse koninkrijk van Og, in Bazan, die geregeerd heeft te Astharoth, en te Edrei; deze is overig gebleven uit het overblijfsel der reuzen, dewelke Mozes heeft verslagen, en heeft ze verdreven.

  21. Doch de kinderen Israels verdreven de Gezurieten en de Maachathieten niet; maar Gezur en Maachath woonden in het midden van Israel tot op dezen dag.

  22. Alleenlijk gaf hij den stam Levi geen erfenis. De vuurofferen Gods, des HEEREN van Israel, zijn zijne erfenis, gelijk als Hij tot hem gesproken had.