Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 12:36ca. 33 n.Chr.

    En zijt gij den mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.

  2. Lukas 12:37ca. 33 n.Chr.

    Zalig zijn die dienstknechten, welke de heer, als hij komt, zal wakende vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, en zal hen doen aanzitten, en bijkomende, zal hij hen dienen.

  3. Lukas 12:38ca. 33 n.Chr.

    En zo hij komt in de tweede nacht wake, en komt in de derde wake, en vindt hen alzo, zalig zijn dezelve dienstknechten.

  4. Lukas 12:39ca. 33 n.Chr.

    Maar weet dit, dat, indien de heer des huizes geweten had, in welke ure de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.

  5. Lukas 12:40ca. 33 n.Chr.

    Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

  6. Lukas 12:41ca. 33 n.Chr.

    En Petrus zeide tot Hem: Heere! zegt Gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?

  7. Lukas 12:42ca. 33 n.Chr.

    En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven?

  8. Lukas 12:43ca. 33 n.Chr.

    Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzo doende.

  9. Lukas 12:44ca. 33 n.Chr.

    Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal.

  10. Lukas 12:45ca. 33 n.Chr.

    Maar indien dezelve dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; en zou beginnen de knechten en de dienstmaagden te slaan, en te eten en te drinken, en dronken te worden;

  11. Lukas 12:46ca. 33 n.Chr.

    Zo zal de heer deszelven dienstknechts komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; en zal hem afscheiden, en zal zijn deel zetten met de ontrouwen.

  12. Lukas 12:47ca. 33 n.Chr.

    En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden.

  13. Lukas 12:48ca. 33 n.Chr.

    Maar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waardig zijn, die zal met weinige slagen geslagen worden. En een iegelijk, wien veel gegeven is, van dien zal veel geeist worden; en wien men veel vertrouwd heeft, van dien zal men overvloediger eisen.

  14. Lukas 12:49ca. 33 n.Chr.

    Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het alrede ontstoken is?

  15. Lukas 12:50ca. 33 n.Chr.

    Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij!

  16. Lukas 12:51ca. 33 n.Chr.

    Meent gij, dat Ik gekomen ben, om vrede te geven op de aarde? Neen, zeg Ik u, maar veeleer verdeeldheid.

  17. Lukas 12:52ca. 33 n.Chr.

    Want van nu aan zullen er vijf in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee, en twee tegen drie.

  18. Lukas 12:53ca. 33 n.Chr.

    De vader zal tegen den zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen den vader; de moeder tegen de dochter; en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.

  19. Lukas 12:54ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide ook tot de scharen: Wanneer gij een wolk ziet opgaan van het westen, terstond zegt gijlieden: Er komt regen; en het geschiedt alzo.

  20. Lukas 12:55ca. 33 n.Chr.

    En wanneer gij den zuidenwind ziet waaien, zo zegt gij: Er zal hitte zijn; en het geschiedt.

  21. Lukas 12:56ca. 33 n.Chr.

    Gij geveinsden, het aanschijn der aarde en des hemels weet gij te beproeven; en hoe beproeft gij dezen tijd niet?

  22. Lukas 12:57ca. 33 n.Chr.

    En waarom oordeelt gij ook van uzelven niet, hetgeen recht is?

  23. Lukas 12:58ca. 33 n.Chr.

    Want als gij heengaat met uw wederpartij voor de overheid, zo doet naarstigheid op den weg, om van hem verlost te worden; opdat hij misschien u niet voor den rechter trekke, en de rechter u den gerechtsdienaar overlevere, en de gerechtsdienaar u in de gevangenis werpe.

  24. Lukas 12:59ca. 33 n.Chr.

    Ik zeg u: Gij zult van daar geenszins uitgaan, totdat gij ook het laatste penningsken betaald zult hebben.

  25. Lukas 13:1ca. 33 n.Chr.

    En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.