circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 11:40ca. 33 n.Chr.
Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt?
- Lukas 11:41ca. 33 n.Chr.
Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.
- Lukas 11:42ca. 33 n.Chr.
Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten.
- Lukas 11:43ca. 33 n.Chr.
Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.
- Lukas 11:44ca. 33 n.Chr.
Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.
- Lukas 11:45ca. 33 n.Chr.
En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan.
- Lukas 11:46ca. 33 n.Chr.
Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.
- Lukas 11:47ca. 33 n.Chr.
Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood.
- Lukas 11:48ca. 33 n.Chr.
Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.
- Lukas 11:49ca. 33 n.Chr.
Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen;
- Lukas 11:50ca. 33 n.Chr.
Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.
- Lukas 11:51ca. 33 n.Chr.
Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!
- Lukas 11:52ca. 33 n.Chr.
Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
- Lukas 11:53ca. 33 n.Chr.
En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken;
- Lukas 11:54ca. 33 n.Chr.
Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
- Lukas 12:1ca. 33 n.Chr.
Daarentussen als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelven voor den zuurdesem der Farizeen, welke is geveinsdheid.
- Lukas 12:2ca. 33 n.Chr.
En er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden, en verborgen, dat niet zal geweten worden.
- Lukas 12:3ca. 33 n.Chr.
Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden.
- Lukas 12:4ca. 33 n.Chr.
En Ik zeg u, Mijn vrienden: Vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en daarna niet meer kunnen doen.
- Lukas 12:5ca. 33 n.Chr.
Maar Ik zal u tonen, Wien gij vrezen zult: vreest Dien, Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, vreest Dien!
- Lukas 12:6ca. 33 n.Chr.
Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergeten.
- Lukas 12:7ca. 33 n.Chr.
Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.
- Lukas 12:8ca. 33 n.Chr.
En Ik zeg u: Een iegelijk, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods.
- Lukas 12:9ca. 33 n.Chr.
Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen Gods.
- Lukas 12:10ca. 33 n.Chr.
En een iegelijk, die enig woord spreken zal tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden.