Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 10:32ca. 32 n.Chr.

    En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.

  2. Lukas 10:33ca. 32 n.Chr.

    Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.

  3. Lukas 10:34ca. 32 n.Chr.

    En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.

  4. Lukas 10:35ca. 32 n.Chr.

    En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.

  5. Lukas 10:36ca. 32 n.Chr.

    Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?

  6. Lukas 10:37ca. 32 n.Chr.

    En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.

  7. Lukas 10:38ca. 32 n.Chr.

    En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.

  8. Lukas 10:39ca. 32 n.Chr.

    En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.

  9. Lukas 10:40ca. 32 n.Chr.

    Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.

  10. Lukas 10:41ca. 32 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;

  11. Lukas 10:42ca. 32 n.Chr.

    Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.

  12. Lukas 11:1ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.

  13. Lukas 11:2ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

  14. Lukas 11:3ca. 33 n.Chr.

    Geef ons elken dag ons dagelijks brood.

  15. Lukas 11:4ca. 33 n.Chr.

    En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

  16. Lukas 11:5ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;

  17. Lukas 11:6ca. 33 n.Chr.

    Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;

  18. Lukas 11:7ca. 33 n.Chr.

    En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.

  19. Lukas 11:8ca. 33 n.Chr.

    Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.

  20. Lukas 11:9ca. 33 n.Chr.

    En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

  21. Lukas 11:10ca. 33 n.Chr.

    Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

  22. Lukas 11:11ca. 33 n.Chr.

    En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?

  23. Lukas 11:12ca. 33 n.Chr.

    Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?

  24. Lukas 11:13ca. 33 n.Chr.

    Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?

  25. Lukas 11:14ca. 33 n.Chr.

    En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.