Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 11:15ca. 33 n.Chr.

    Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.

  2. Lukas 11:16ca. 33 n.Chr.

    En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.

  3. Lukas 11:17ca. 33 n.Chr.

    Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt.

  4. Lukas 11:18ca. 33 n.Chr.

    Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.

  5. Lukas 11:19ca. 33 n.Chr.

    En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn.

  6. Lukas 11:20ca. 33 n.Chr.

    Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.

  7. Lukas 11:21ca. 33 n.Chr.

    Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede.

  8. Lukas 11:22ca. 33 n.Chr.

    Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.

  9. Lukas 11:23ca. 33 n.Chr.

    Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.

  10. Lukas 11:24ca. 33 n.Chr.

    Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben.

  11. Lukas 11:25ca. 33 n.Chr.

    En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd.

  12. Lukas 11:26ca. 33 n.Chr.

    Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.

  13. Lukas 11:27ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij deze dingen sprak, dat een zekere vrouw, de stem verheffende uit de schare, tot Hem zeide: Zalig is de buik, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen.

  14. Lukas 11:28ca. 33 n.Chr.

    Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

  15. Lukas 11:29ca. 33 n.Chr.

    En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.

  16. Lukas 11:30ca. 33 n.Chr.

    Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte.

  17. Lukas 11:31ca. 33 n.Chr.

    De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.

  18. Lukas 11:32ca. 33 n.Chr.

    De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!

  19. Lukas 11:33ca. 33 n.Chr.

    En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.

  20. Lukas 11:34ca. 33 n.Chr.

    De kaars des lichaams is het oog: wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister.

  21. Lukas 11:35ca. 33 n.Chr.

    Zie dan toe, dat niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.

  22. Lukas 11:36ca. 33 n.Chr.

    Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel, dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn, gelijk wanneer de kaars met het schijnsel u verlicht.

  23. Lukas 11:37ca. 33 n.Chr.

    Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.

  24. Lukas 11:38ca. 33 n.Chr.

    En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.

  25. Lukas 11:39ca. 33 n.Chr.

    En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid.