Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 12:11ca. 33 n.Chr.

    En wanneer zij u heenbrengen zullen in de synagogen, en tot de overheden en de machten, zo zijt niet bezorgd, hoe of wat gij tot verantwoording zeggen, of wat gij spreken zult;

  2. Lukas 12:12ca. 33 n.Chr.

    Want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken moet.

  3. Lukas 12:13ca. 33 n.Chr.

    En een uit de schare zeide tot Hem: Meester, zeg mijn broeder, dat hij met mij de erfenis dele.

  4. Lukas 12:14ca. 33 n.Chr.

    Maar Hij zeide tot hem: Mens, wie heeft Mij tot een rechter of scheidsman over ulieden gesteld?

  5. Lukas 12:15ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.

  6. Lukas 12:16ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen een gelijkenis, en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen;

  7. Lukas 12:17ca. 33 n.Chr.

    En hij overleide bij zichzelven, zeggende: Wat zal ik doen, want ik heb niet, waarin ik mijn vruchten zal verzamelen.

  8. Lukas 12:18ca. 33 n.Chr.

    En hij zeide: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken, en grotere bouwen, en zal aldaar verzamelen al dit mijn gewas, en deze mijn goederen;

  9. Lukas 12:19ca. 33 n.Chr.

    En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk.

  10. Lukas 12:20ca. 33 n.Chr.

    Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?

  11. Lukas 12:21ca. 33 n.Chr.

    Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God.

  12. Lukas 12:22ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.

  13. Lukas 12:23ca. 33 n.Chr.

    Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding.

  14. Lukas 12:24ca. 33 n.Chr.

    Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven?

  15. Lukas 12:25ca. 33 n.Chr.

    Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

  16. Lukas 12:26ca. 33 n.Chr.

    Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd?

  17. Lukas 12:27ca. 33 n.Chr.

    Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze.

  18. Lukas 12:28ca. 33 n.Chr.

    Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, gij kleingelovigen!

  19. Lukas 12:29ca. 33 n.Chr.

    En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig.

  20. Lukas 12:30ca. 33 n.Chr.

    Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.

  21. Lukas 12:31ca. 33 n.Chr.

    Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

  22. Lukas 12:32ca. 33 n.Chr.

    Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.

  23. Lukas 12:33ca. 33 n.Chr.

    Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.

  24. Lukas 12:34ca. 33 n.Chr.

    Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn.

  25. Lukas 12:35ca. 33 n.Chr.

    Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende.