Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 9:44ca. 32 n.Chr.

    Legt gij deze woorden in uw oren: Want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in der mensen handen.

  2. Lukas 9:45ca. 32 n.Chr.

    Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen, alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen.

  3. Lukas 9:46ca. 32 n.Chr.

    En er rees een overlegging onder hen, namelijk, wie van hen de meeste ware.

  4. Lukas 9:47ca. 32 n.Chr.

    Maar Jezus, ziende de overleggingen hunner harten, nam een kindeken, en stelde dat bij Zich;

  5. Lukas 9:48ca. 32 n.Chr.

    En zeide tot hen: Zo wie dit kindeken ontvangen zal in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij ontvangen zal, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft. Want die de minste onder u allen is, die zal groot zijn.

  6. Lukas 9:49ca. 32 n.Chr.

    En Johannes antwoordde en zeide: Meester! wij hebben een gezien, die in Uw Naam de duivelen uitwierp, en wij hebben het hem verboden, omdat hij U met ons niet volgt.

  7. Lukas 9:50ca. 32 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: Verbied het niet; want wie tegen ons niet is, die is voor ons.

  8. Lukas 9:51ca. 32 n.Chr.

    En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen.

  9. Lukas 9:52ca. 32 n.Chr.

    En Hij zond boden uit voor Zijn aangezicht; en zij, heengereisd zijnde, kwamen in een vlek der Samaritanen, om voor Hem herberg te bereiden.

  10. Lukas 9:53ca. 32 n.Chr.

    En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was als reizende naar Jeruzalem.

  11. Lukas 9:54ca. 32 n.Chr.

    Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft?

  12. Lukas 9:55ca. 32 n.Chr.

    Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt.

  13. Lukas 9:56ca. 32 n.Chr.

    Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek.

  14. Lukas 9:57ca. 32 n.Chr.

    En het geschiedde op den weg, als zij reisden, dat een tot Hem zeide: Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.

  15. Lukas 9:58ca. 32 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

  16. Lukas 9:59ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide tot een anderen: Volg Mij. Doch hij zeide: Heere, laat mij toe, dat ik heenga, en eerst mijn vader begrave.

  17. Lukas 9:60ca. 32 n.Chr.

    Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods.

  18. Lukas 9:61ca. 32 n.Chr.

    En ook een ander zeide: Heere, ik zal U volgen; maar laat mij eerst toe, dat ik afscheid neme van degenen, die in mijn huis zijn.

  19. Lukas 9:62ca. 32 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hem: Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods.

  20. Lukas 10:1ca. 32 n.Chr.

    En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.

  21. Lukas 10:2ca. 32 n.Chr.

    Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

  22. Lukas 10:3ca. 32 n.Chr.

    Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven.

  23. Lukas 10:4ca. 32 n.Chr.

    Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.

  24. Lukas 10:5ca. 32 n.Chr.

    En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!

  25. Lukas 10:6ca. 32 n.Chr.

    En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.