Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 13:27ca. 33 n.Chr.

    En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

  2. Lukas 13:28ca. 33 n.Chr.

    Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.

  3. Lukas 13:29ca. 33 n.Chr.

    En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.

  4. Lukas 13:30ca. 33 n.Chr.

    En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.

  5. Lukas 13:31ca. 33 n.Chr.

    Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden.

  6. Lukas 13:32ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.

  7. Lukas 13:33ca. 33 n.Chr.

    Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.

  8. Lukas 13:34ca. 33 n.Chr.

    Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?

  9. Lukas 13:35ca. 33 n.Chr.

    Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!

  10. Lukas 14:1ca. 33 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij gekomen was in het huis van een der oversten der Farizeen, op den sabbat, om brood te eten, dat zij Hem waarnamen.

  11. Lukas 14:2ca. 33 n.Chr.

    En ziet, er was een zeker waterzuchtig mens voor Hem.

  12. Lukas 14:3ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot de wetgeleerden en Farizeen, en sprak: Is het ook geoorloofd op den sabbat gezond te maken?

  13. Lukas 14:4ca. 33 n.Chr.

    Maar zij zwegen stil. En Hij nam hem, en genas hem, en liet hem gaan.

  14. Lukas 14:5ca. 33 n.Chr.

    En Hij, hun antwoordende, zeide: Wiens ezel of os van ulieden zal in een put vallen, en die hem niet terstond zal uittrekken op den dag des sabbats?

  15. Lukas 14:6ca. 33 n.Chr.

    En zij konden Hem daarop niet weder antwoorden.

  16. Lukas 14:7ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot de genoden een gelijkenis, aanmerkende, hoe zij de vooraanzittingen verkozen; zeggende tot hen:

  17. Lukas 14:8ca. 33 n.Chr.

    Wanneer gij van iemand ter bruiloft genood zult zijn, zo zet u niet in de eerste zitplaats; opdat niet misschien een waardiger dan gij van hem genood zij;

  18. Lukas 14:9ca. 33 n.Chr.

    En hij, komende, die u en hem genood heeft, tot u zegge: Geef dezen plaats; en gij alsdan zoudt beginnen met schaamte de laatste plaats te houden.

  19. Lukas 14:10ca. 33 n.Chr.

    Maar wanneer gij genood zult zijn, ga heen en zet u in de laatste plaats; opdat, wanneer hij komt, die u genood heeft, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op. Alsdan zal het u eer zijn voor degenen, die met u aanzitten.

  20. Lukas 14:11ca. 33 n.Chr.

    Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

  21. Lukas 14:12ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide ook tot dengene, die Hem genood had: Wanneer gij een middagmaal of avondmaal zult houden, zo roep niet uw vrienden, noch uw broeders, noch uw magen, noch uw rijke geburen; opdat ook dezelve u niet te eniger tijd wedernoden, en u vergelding geschiede.

  22. Lukas 14:13ca. 33 n.Chr.

    Maar wanneer gij een maaltijd zult houden, zo nood armen, verminkten, kreupelen, blinden;

  23. Lukas 14:14ca. 33 n.Chr.

    En gij zult zalig zijn, omdat zij niet hebben, om u te vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.

  24. Lukas 14:15ca. 33 n.Chr.

    En als een van degenen, die mede aanzaten, deze dingen hoorde, zeide hij tot Hem: Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods.

  25. Lukas 14:16ca. 33 n.Chr.

    Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.