Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 20:3ca. 33 n.Chr.

    Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf.

  2. Johannes 20:4ca. 33 n.Chr.

    En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf.

  3. Johannes 20:5ca. 33 n.Chr.

    En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in.

  4. Johannes 20:6ca. 33 n.Chr.

    Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen.

  5. Johannes 20:7ca. 33 n.Chr.

    En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.

  6. Johannes 20:8ca. 33 n.Chr.

    Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde.

  7. Johannes 20:9ca. 33 n.Chr.

    Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.

  8. Johannes 20:10ca. 33 n.Chr.

    De discipelen dan gingen wederom naar huis.

  9. Johannes 20:11ca. 33 n.Chr.

    En Maria stond buiten bij het graf, wenende. Als zij dan weende, bukte zij in het graf;

  10. Johannes 20:12ca. 33 n.Chr.

    En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd, en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.

  11. Johannes 20:13ca. 33 n.Chr.

    En die zeiden tot haar: Vrouw! wat weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Heere weggenomen hebben, en ik weet niet, waar zij Hem gelegd hebben.

  12. Johannes 20:14ca. 33 n.Chr.

    En als zij dit gezegd had, keerde zij zich achterwaarts, en zag Jezus staan, en zij wist niet, dat het Jezus was.

  13. Johannes 20:15ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende, dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weg gedragen hebt, zeg mij, waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.

  14. Johannes 20:16ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot haar: Maria! Zij, zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni, hetwelk is gezegd: Meester.

  15. Johannes 20:17ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.

  16. Johannes 20:18ca. 33 n.Chr.

    Maria Magdalena ging en boodschapte den discipelen, dat zij den Heere gezien had, en dat Hij haar dit gezegd had.

  17. Johannes 20:19ca. 33 n.Chr.

    Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

  18. Johannes 20:20ca. 33 n.Chr.

    En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan werden verblijd, als zij den Heere zagen.

  19. Johannes 20:21ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.

  20. Johannes 20:22ca. 33 n.Chr.

    En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest.

  21. Johannes 20:23ca. 33 n.Chr.

    Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.

  22. Johannes 20:24ca. 33 n.Chr.

    En Thomas, een van de twaalven, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam.

  23. Johannes 20:25ca. 33 n.Chr.

    De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben den Heere gezien. Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.

  24. Johannes 20:26ca. 33 n.Chr.

    En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden!

  25. Johannes 20:27ca. 33 n.Chr.

    Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.