Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 7:42ca. 33 n.Chr.

    Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?

  2. Johannes 7:43ca. 33 n.Chr.

    Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.

  3. Johannes 7:44ca. 33 n.Chr.

    En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.

  4. Johannes 7:45ca. 33 n.Chr.

    De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?

  5. Johannes 7:46ca. 33 n.Chr.

    De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.

  6. Johannes 7:47ca. 33 n.Chr.

    De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?

  7. Johannes 7:48ca. 33 n.Chr.

    Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?

  8. Johannes 7:49ca. 33 n.Chr.

    Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.

  9. Johannes 7:50ca. 33 n.Chr.

    Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:

  10. Johannes 7:51ca. 33 n.Chr.

    Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?

  11. Johannes 7:52ca. 33 n.Chr.

    Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.

  12. Johannes 7:53ca. 33 n.Chr.

    En een iegelijk ging heen naar zijn huis.

  13. Johannes 8:1ca. 33 n.Chr.

    Maar Jezus ging naar den Olijfberg.

  14. Johannes 8:2ca. 33 n.Chr.

    En des morgens vroeg kwam Hij wederom in den tempel, en al het volk kwam tot Hem; en nedergezeten zijnde, leerde Hij hen.

  15. Johannes 8:3ca. 33 n.Chr.

    En de Schriftgeleerden en de Farizeen brachten tot Hem een vrouw, in overspel gegrepen.

  16. Johannes 8:4ca. 33 n.Chr.

    En haar gesteld hebbende in het midden, zeiden zij tot Hem: Meester, deze vrouw is op de daad zelve gegrepen, overspel begaande.

  17. Johannes 8:5ca. 33 n.Chr.

    En Mozes heeft ons in de wet geboden, dat dezulken gestenigd zullen worden; Gij dan, wat zegt Gij?

  18. Johannes 8:6ca. 33 n.Chr.

    En dit zeiden zij, Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen. Maar Jezus, nederbukkende, schreef met den vinger in de aarde.

  19. Johannes 8:7ca. 33 n.Chr.

    En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.

  20. Johannes 8:8ca. 33 n.Chr.

    En wederom nederbukkende, schreef Hij in de aarde.

  21. Johannes 8:9ca. 33 n.Chr.

    Maar zij, dit horende, en van hun geweten overtuigd zijnde, gingen uit, de een na den andere, beginnende van de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen gelaten; en de vrouw in het midden staande.

  22. Johannes 8:10ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?

  23. Johannes 8:11ca. 33 n.Chr.

    En zij zeide: Niemand, Heere! En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.

  24. Johannes 8:12ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

  25. Johannes 8:13ca. 33 n.Chr.

    De Farizeen dan zeiden tot Hem: Gij getuigt van Uzelven; Uw getuigenis is niet waarachtig.