Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 8:39ca. 33 n.Chr.

    Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.

  2. Johannes 8:40ca. 33 n.Chr.

    Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet.

  3. Johannes 8:41ca. 33 n.Chr.

    Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.

  4. Johannes 8:42ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van Hem. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.

  5. Johannes 8:43ca. 33 n.Chr.

    Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.

  6. Johannes 8:44ca. 33 n.Chr.

    Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

  7. Johannes 8:45ca. 33 n.Chr.

    Maar Mij, omdat Ik u de waarheid zeg, gelooft gij niet.

  8. Johannes 8:46ca. 33 n.Chr.

    Wie van u overtuigt Mij van zonde? En indien Ik de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij niet?

  9. Johannes 8:47ca. 33 n.Chr.

    Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt.

  10. Johannes 8:48ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet wel, dat Gij een Samaritaan zijt, en den duivel hebt?

  11. Johannes 8:49ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde: Ik heb den duivel niet; maar Ik eer Mijn Vader, en gij onteert Mij.

  12. Johannes 8:50ca. 33 n.Chr.

    Doch Ik zoek Mijn eer niet; er is Een, Die ze zoekt en oordeelt.

  13. Johannes 8:51ca. 33 n.Chr.

    Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand Mijn woord zal bewaard hebben, die zal den dood niet zien in der eeuwigheid.

  14. Johannes 8:52ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan zeiden tot Hem: Nu bekennen wij, dat Gij den duivel hebt. Abraham is gestorven, en de profeten; en zegt Gij: Zo iemand Mijn woord bewaard zal hebben, die zal den dood niet smaken in der eeuwigheid?

  15. Johannes 8:53ca. 33 n.Chr.

    Zijt Gij meerder, dan onze vader Abraham, welke gestorven is, en de profeten zijn gestorven; wien maakt Gij Uzelven?

  16. Johannes 8:54ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde: Indien Ik Mijzelven eer, zo is Mijn eer niets; Mijn Vader is het, Die Mij eert, Welken gij zegt, dat uw God is.

  17. Johannes 8:55ca. 33 n.Chr.

    En gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem; en indien Ik zeg, dat Ik Hem niet ken, zo zal Ik ulieden gelijk zijn, dat is een leugenaar; maar Ik ken Hem, en bewaar Zijn woord.

  18. Johannes 8:56ca. 33 n.Chr.

    Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.

  19. Johannes 8:57ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan zeiden tot Hem: Gij hebt nog geen vijftig jaren, en hebt Gij Abraham gezien?

  20. Johannes 8:58ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.

  21. Johannes 8:59ca. 33 n.Chr.

    Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel, gaande door het midden van hen; en ging alzo voorbij.

  22. Johannes 9:1ca. 33 n.Chr.

    En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.

  23. Johannes 9:2ca. 33 n.Chr.

    En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?

  24. Johannes 9:3ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.

  25. Johannes 9:4ca. 33 n.Chr.

    Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.