Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 7:17ca. 33 n.Chr.

    Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.

  2. Johannes 7:18ca. 33 n.Chr.

    Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.

  3. Johannes 7:19ca. 33 n.Chr.

    Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?

  4. Johannes 7:20ca. 33 n.Chr.

    De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?

  5. Johannes 7:21ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.

  6. Johannes 7:22ca. 33 n.Chr.

    Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat.

  7. Johannes 7:23ca. 33 n.Chr.

    Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?

  8. Johannes 7:24ca. 33 n.Chr.

    Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.

  9. Johannes 7:25ca. 33 n.Chr.

    Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?

  10. Johannes 7:26ca. 33 n.Chr.

    En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?

  11. Johannes 7:27ca. 33 n.Chr.

    Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.

  12. Johannes 7:28ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.

  13. Johannes 7:29ca. 33 n.Chr.

    Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden.

  14. Johannes 7:30ca. 33 n.Chr.

    Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

  15. Johannes 7:31ca. 33 n.Chr.

    En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?

  16. Johannes 7:32ca. 33 n.Chr.

    De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.

  17. Johannes 7:33ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.

  18. Johannes 7:34ca. 33 n.Chr.

    Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.

  19. Johannes 7:35ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?

  20. Johannes 7:36ca. 33 n.Chr.

    Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?

  21. Johannes 7:37ca. 33 n.Chr.

    En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

  22. Johannes 7:38ca. 33 n.Chr.

    Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

  23. Johannes 7:39ca. 33 n.Chr.

    (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)

  24. Johannes 7:40ca. 33 n.Chr.

    Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.

  25. Johannes 7:41ca. 33 n.Chr.

    Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?