circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 6:38ca. 32 n.Chr.
Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
- Johannes 6:39ca. 32 n.Chr.
En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.
- Johannes 6:40ca. 32 n.Chr.
En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
- Johannes 6:41ca. 32 n.Chr.
De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.
- Johannes 6:42ca. 32 n.Chr.
En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
- Johannes 6:43ca. 32 n.Chr.
Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.
- Johannes 6:44ca. 32 n.Chr.
Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
- Johannes 6:45ca. 32 n.Chr.
Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
- Johannes 6:46ca. 32 n.Chr.
Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.
- Johannes 6:47ca. 32 n.Chr.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
- Johannes 6:48ca. 32 n.Chr.
Ik ben het Brood des levens.
- Johannes 6:49ca. 32 n.Chr.
Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
- Johannes 6:50ca. 32 n.Chr.
Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
- Johannes 6:51ca. 32 n.Chr.
Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
- Johannes 6:52ca. 32 n.Chr.
De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
- Johannes 6:53ca. 32 n.Chr.
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
- Johannes 6:54ca. 32 n.Chr.
Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
- Johannes 6:55ca. 32 n.Chr.
Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
- Johannes 6:56ca. 32 n.Chr.
Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
- Johannes 6:57ca. 32 n.Chr.
Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
- Johannes 6:58ca. 32 n.Chr.
Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
- Johannes 6:59ca. 32 n.Chr.
Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum.
- Johannes 6:60ca. 32 n.Chr.
Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?
- Johannes 6:61ca. 32 n.Chr.
Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?
- Johannes 6:62ca. 32 n.Chr.
Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?