Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 6:63ca. 32 n.Chr.

    De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

  2. Johannes 6:64ca. 32 n.Chr.

    Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.

  3. Johannes 6:65ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader.

  4. Johannes 6:66ca. 32 n.Chr.

    Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.

  5. Johannes 6:67ca. 32 n.Chr.

    Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?

  6. Johannes 6:68ca. 32 n.Chr.

    Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

  7. Johannes 6:69ca. 32 n.Chr.

    En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.

  8. Johannes 6:70ca. 32 n.Chr.

    Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel.

  9. Johannes 6:71ca. 32 n.Chr.

    En Hij zeide dit van Judas, Simons zoon, Iskariot; want deze zou Hem verraden, zijnde een van de twaalven.

  10. Johannes 7:1ca. 33 n.Chr.

    En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.

  11. Johannes 7:2ca. 33 n.Chr.

    En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.

  12. Johannes 7:3ca. 33 n.Chr.

    Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.

  13. Johannes 7:4ca. 33 n.Chr.

    Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.

  14. Johannes 7:5ca. 33 n.Chr.

    Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

  15. Johannes 7:6ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.

  16. Johannes 7:7ca. 33 n.Chr.

    De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.

  17. Johannes 7:8ca. 33 n.Chr.

    Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.

  18. Johannes 7:9ca. 33 n.Chr.

    En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.

  19. Johannes 7:10ca. 33 n.Chr.

    Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.

  20. Johannes 7:11ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?

  21. Johannes 7:12ca. 33 n.Chr.

    En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.

  22. Johannes 7:13ca. 33 n.Chr.

    Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.

  23. Johannes 7:14ca. 33 n.Chr.

    Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

  24. Johannes 7:15ca. 33 n.Chr.

    En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?

  25. Johannes 7:16ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.