circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 19:39ca. 33 n.Chr.
En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
- Lukas 19:40ca. 33 n.Chr.
En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.
- Lukas 19:41ca. 33 n.Chr.
En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,
- Lukas 19:42ca. 33 n.Chr.
Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
- Lukas 19:43ca. 33 n.Chr.
Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;
- Lukas 19:44ca. 33 n.Chr.
En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.
- Lukas 19:45ca. 33 n.Chr.
En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,
- Lukas 19:46ca. 33 n.Chr.
Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
- Lukas 19:47ca. 33 n.Chr.
En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.
- Lukas 19:48ca. 33 n.Chr.
En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.
- Lukas 20:1ca. 33 n.Chr.
En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen,
- Lukas 20:2ca. 33 n.Chr.
En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven?
- Lukas 20:3ca. 33 n.Chr.
En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij:
- Lukas 20:4ca. 33 n.Chr.
De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen?
- Lukas 20:5ca. 33 n.Chr.
En zij overleiden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd?
- Lukas 20:6ca. 33 n.Chr.
En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was.
- Lukas 20:7ca. 33 n.Chr.
En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was.
- Lukas 20:8ca. 33 n.Chr.
En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
- Lukas 20:9ca. 33 n.Chr.
En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands.
- Lukas 20:10ca. 33 n.Chr.
En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen.
- Lukas 20:11ca. 33 n.Chr.
En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen.
- Lukas 20:12ca. 33 n.Chr.
En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit.
- Lukas 20:13ca. 33 n.Chr.
En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien.
- Lukas 20:14ca. 33 n.Chr.
Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde.
- Lukas 20:15ca. 33 n.Chr.
En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen?