circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 20:16ca. 33 n.Chr.
Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!
- Lukas 20:17ca. 33 n.Chr.
Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?
- Lukas 20:18ca. 33 n.Chr.
Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.
- Lukas 20:19ca. 33 n.Chr.
En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.
- Lukas 20:20ca. 33 n.Chr.
En zij namen Hem waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in Zijn rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.
- Lukas 20:21ca. 33 n.Chr.
En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wij weten, dat Gij recht spreekt en leert, en den persoon niet aanneemt, maar den weg Gods leert in der waarheid.
- Lukas 20:22ca. 33 n.Chr.
Is het ons geoorloofd den keizer schatting te geven, of niet?
- Lukas 20:23ca. 33 n.Chr.
En Hij, hun arglistigheid bemerkende, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij?
- Lukas 20:24ca. 33 n.Chr.
Toont Mij een penning; wiens beeld en opschrift heeft hij? En zij, antwoordende, zeiden: Des keizers.
- Lukas 20:25ca. 33 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
- Lukas 20:26ca. 33 n.Chr.
En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.
- Lukas 20:27ca. 33 n.Chr.
En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceen, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.
- Lukas 20:28ca. 33 n.Chr.
Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken.
- Lukas 20:29ca. 33 n.Chr.
Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen.
- Lukas 20:30ca. 33 n.Chr.
En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen.
- Lukas 20:31ca. 33 n.Chr.
En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven.
- Lukas 20:32ca. 33 n.Chr.
En ten laatste na allen stierf ook de vrouw.
- Lukas 20:33ca. 33 n.Chr.
In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad.
- Lukas 20:34ca. 33 n.Chr.
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;
- Lukas 20:35ca. 33 n.Chr.
Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;
- Lukas 20:36ca. 33 n.Chr.
Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.
- Lukas 20:37ca. 33 n.Chr.
En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.
- Lukas 20:38ca. 33 n.Chr.
God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.
- Lukas 20:39ca. 33 n.Chr.
En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd.
- Lukas 20:40ca. 33 n.Chr.
En zij durfden Hem niet meer iets vragen.