Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 20:41ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is?

  2. Lukas 20:42ca. 33 n.Chr.

    En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,

  3. Lukas 20:43ca. 33 n.Chr.

    Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

  4. Lukas 20:44ca. 33 n.Chr.

    David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?

  5. Lukas 20:45ca. 33 n.Chr.

    En daar al het volk het hoorde, zeide Hij tot Zijn discipelen:

  6. Lukas 20:46ca. 33 n.Chr.

    Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;

  7. Lukas 20:47ca. 33 n.Chr.

    Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.

  8. Lukas 21:1ca. 33 n.Chr.

    En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen.

  9. Lukas 21:2ca. 33 n.Chr.

    En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen.

  10. Lukas 21:3ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft in geworpen.

  11. Lukas 21:4ca. 33 n.Chr.

    Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen.

  12. Lukas 21:5ca. 33 n.Chr.

    En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schonen stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij:

  13. Lukas 21:6ca. 33 n.Chr.

    Wat deze dingen aangaat, die gij aanschouwt, er zullen dagen komen, in welke niet een steen op den anderen steen zal gelaten worden, die niet zal worden afgebroken.

  14. Lukas 21:7ca. 33 n.Chr.

    En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wanneer zullen dan deze dingen zijn, en welk is het teken, wanneer deze dingen zullen geschieden?

  15. Lukas 21:8ca. 33 n.Chr.

    En Hij zeide: Ziet, dat gij niet verleid wordt; want velen zullen er komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en de tijd is nabij gekomen, gaat dan hen niet na.

  16. Lukas 21:9ca. 33 n.Chr.

    En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet.

  17. Lukas 21:10ca. 33 n.Chr.

    Toen zeide Hij tot hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk.

  18. Lukas 21:11ca. 33 n.Chr.

    En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden.

  19. Lukas 21:12ca. 33 n.Chr.

    Maar voor dit alles, zullen zij hun handen aan ulieden slaan, en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders, om Mijns Naams wil.

  20. Lukas 21:13ca. 33 n.Chr.

    En dit zal u overkomen tot een getuigenis.

  21. Lukas 21:14ca. 33 n.Chr.

    Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult;

  22. Lukas 21:15ca. 33 n.Chr.

    Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten.

  23. Lukas 21:16ca. 33 n.Chr.

    En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en magen, en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden.

  24. Lukas 21:17ca. 33 n.Chr.

    En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil.

  25. Lukas 21:18ca. 33 n.Chr.

    Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan.