Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Zacharia 1:11ca. 519 v.Chr.

    En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.

  2. Zacharia 1:12ca. 519 v.Chr.

    Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?

  3. Zacharia 1:13ca. 519 v.Chr.

    En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.

  4. Zacharia 1:14ca. 519 v.Chr.

    En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.

  5. Zacharia 1:15ca. 519 v.Chr.

    En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.

  6. Zacharia 1:16ca. 519 v.Chr.

    Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.

  7. Zacharia 1:17ca. 519 v.Chr.

    Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

  8. Zacharia 1:18ca. 519 v.Chr.

    En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.

  9. Zacharia 1:19ca. 519 v.Chr.

    En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.

  10. Zacharia 1:20ca. 519 v.Chr.

    En de HEERE toonde mij vier smeden.

  11. Zacharia 1:21ca. 519 v.Chr.

    Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.

  12. Zacharia 2:1ca. 519 v.Chr.

    Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer.

  13. Zacharia 2:2ca. 519 v.Chr.

    En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal.

  14. Zacharia 2:3ca. 519 v.Chr.

    En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet.

  15. Zacharia 2:4ca. 519 v.Chr.

    En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal.

  16. Zacharia 2:5ca. 519 v.Chr.

    En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.

  17. Zacharia 2:6ca. 519 v.Chr.

    Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de HEERE.

  18. Zacharia 2:7ca. 519 v.Chr.

    Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel!

  19. Zacharia 2:8ca. 519 v.Chr.

    Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.

  20. Zacharia 2:9ca. 519 v.Chr.

    Want ziet, Ik zal Mijn hand over henlieden bewegen, en zij zullen hunnen knechten een roof wezen. Alzo zult gijlieden weten, dat de HEERE der heirscharen mij gezonden heeft.

  21. Zacharia 2:10ca. 519 v.Chr.

    Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.

  22. Zacharia 2:11ca. 519 v.Chr.

    En vele heidenen zullen te dien dage den HEERE toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen; en Ik zal in het midden van u wonen; en gij zult weten, dat de HEERE der heirscharen mij tot u gezonden heeft.

  23. Zacharia 2:12ca. 519 v.Chr.

    Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

  24. Zacharia 2:13ca. 519 v.Chr.

    Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.

  25. Zacharia 3:1ca. 519 v.Chr.

    Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan.