Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Timotheüs 4:11ca. 66 n.Chr.

    Lukas is alleen met mij. Neem Markus mede, en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst.

  2. 2 Timotheüs 4:12ca. 66 n.Chr.

    Maar Tychikus heb ik naar Efeze gezonden.

  3. 2 Timotheüs 4:13ca. 66 n.Chr.

    Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Karpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.

  4. 2 Timotheüs 4:14ca. 66 n.Chr.

    Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijn werken.

  5. 2 Timotheüs 4:15ca. 66 n.Chr.

    Van welken wacht gij u ook, want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.

  6. 2 Timotheüs 4:16ca. 66 n.Chr.

    In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.

  7. 2 Timotheüs 4:17ca. 66 n.Chr.

    Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit de muil des leeuws verlost.

  8. 2 Timotheüs 4:18ca. 66 n.Chr.

    En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

  9. 2 Timotheüs 4:19ca. 66 n.Chr.

    Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.

  10. 2 Timotheüs 4:20ca. 66 n.Chr.

    Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.

  11. 2 Timotheüs 4:21ca. 66 n.Chr.

    Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.

  12. 2 Timotheüs 4:22ca. 66 n.Chr.

    De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.

  13. Titus 1:1ca. 65 n.Chr.

    Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is;

  14. Titus 1:2ca. 65 n.Chr.

    In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd;

  15. Titus 1:3ca. 65 n.Chr.

    Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechte zoon, naar het gemeen geloof:

  16. Titus 1:4ca. 65 n.Chr.

    Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.

  17. Titus 1:5ca. 65 n.Chr.

    Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:

  18. Titus 1:6ca. 65 n.Chr.

    Indien iemand onberispelijk is, ener vrouwe man, gelovige kinderen hebbende, die niet te beschuldigen zijn van overdadigheid, of ongehoorzaam zijn.

  19. Titus 1:7ca. 65 n.Chr.

    Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;

  20. Titus 1:8ca. 65 n.Chr.

    Maar die gaarne herbergt, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig, kuis;

  21. Titus 1:9ca. 65 n.Chr.

    Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.

  22. Titus 1:10ca. 65 n.Chr.

    Want er zijn ook vele ongeregelden, ijdelheidsprekers en verleiders van zinnen, inzonderheid die uit de besnijdenis zijn;

  23. Titus 1:11ca. 65 n.Chr.

    Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.

  24. Titus 1:12ca. 65 n.Chr.

    Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretensen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.

  25. Titus 1:13ca. 65 n.Chr.

    Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.