circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 2 Timotheüs 4:11ca. 66 n.Chr.
Lukas is alleen met mij. Neem Markus mede, en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst.
- 2 Timotheüs 4:12ca. 66 n.Chr.
Maar Tychikus heb ik naar Efeze gezonden.
- 2 Timotheüs 4:13ca. 66 n.Chr.
Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Karpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.
- 2 Timotheüs 4:14ca. 66 n.Chr.
Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijn werken.
- 2 Timotheüs 4:15ca. 66 n.Chr.
Van welken wacht gij u ook, want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.
- 2 Timotheüs 4:16ca. 66 n.Chr.
In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.
- 2 Timotheüs 4:17ca. 66 n.Chr.
Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit de muil des leeuws verlost.
- 2 Timotheüs 4:18ca. 66 n.Chr.
En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
- 2 Timotheüs 4:19ca. 66 n.Chr.
Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.
- 2 Timotheüs 4:20ca. 66 n.Chr.
Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.
- 2 Timotheüs 4:21ca. 66 n.Chr.
Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.
- 2 Timotheüs 4:22ca. 66 n.Chr.
De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.
- Titus 1:1ca. 65 n.Chr.
Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is;
- Titus 1:2ca. 65 n.Chr.
In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd;
- Titus 1:3ca. 65 n.Chr.
Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechte zoon, naar het gemeen geloof:
- Titus 1:4ca. 65 n.Chr.
Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.
- Titus 1:5ca. 65 n.Chr.
Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:
- Titus 1:6ca. 65 n.Chr.
Indien iemand onberispelijk is, ener vrouwe man, gelovige kinderen hebbende, die niet te beschuldigen zijn van overdadigheid, of ongehoorzaam zijn.
- Titus 1:7ca. 65 n.Chr.
Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;
- Titus 1:8ca. 65 n.Chr.
Maar die gaarne herbergt, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig, kuis;
- Titus 1:9ca. 65 n.Chr.
Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.
- Titus 1:10ca. 65 n.Chr.
Want er zijn ook vele ongeregelden, ijdelheidsprekers en verleiders van zinnen, inzonderheid die uit de besnijdenis zijn;
- Titus 1:11ca. 65 n.Chr.
Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.
- Titus 1:12ca. 65 n.Chr.
Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretensen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.
- Titus 1:13ca. 65 n.Chr.
Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.