Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Timotheüs 3:3ca. 66 n.Chr.

    Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden,

  2. 2 Timotheüs 3:4ca. 66 n.Chr.

    Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods;

  3. 2 Timotheüs 3:5ca. 66 n.Chr.

    Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van dezen.

  4. 2 Timotheüs 3:6ca. 66 n.Chr.

    Want van dezen zijn het, die in de huizen insluipen, en nemen de vrouwkens gevangen, die met zonden geladen zijn, en door menigerlei begeerlijkheden gedreven worden;

  5. 2 Timotheüs 3:7ca. 66 n.Chr.

    Vrouwkens, die altijd leren, en nimmermeer tot kennis der waarheid kunnen komen.

  6. 2 Timotheüs 3:8ca. 66 n.Chr.

    Gelijkerwijs nu Jannes en Jambres Mozes tegenstonden, alzo staan ook deze de waarheid tegen; mensen, verdorven zijnde van verstand, verwerpelijk aangaande het geloof.

  7. 2 Timotheüs 3:9ca. 66 n.Chr.

    Maar zij zullen niet meerder toenemen; want hun uitzinnigheid zal allen openbaar worden, gelijk ook die van genen geworden is.

  8. 2 Timotheüs 3:10ca. 66 n.Chr.

    Maar gij hebt achtervolgd mijn leer, wijze van doen, voornemen, geloof, lankmoedigheid, liefde, lijdzaamheid.

  9. 2 Timotheüs 3:11ca. 66 n.Chr.

    Mijn vervolgingen, mijn lijden, zulks als mij overkomen is in Antiochie, in Ikonium en in Lystre; hoedanige vervolgingen ik geleden heb, en de Heere heeft mij uit alle verlost.

  10. 2 Timotheüs 3:12ca. 66 n.Chr.

    En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.

  11. 2 Timotheüs 3:13ca. 66 n.Chr.

    Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.

  12. 2 Timotheüs 3:14ca. 66 n.Chr.

    Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u verzekering gedaan is, wetende, van wien gij het geleerd hebt;

  13. 2 Timotheüs 3:15ca. 66 n.Chr.

    En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

  14. 2 Timotheüs 3:16ca. 66 n.Chr.

    Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;

  15. 2 Timotheüs 3:17ca. 66 n.Chr.

    Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.

  16. 2 Timotheüs 4:1ca. 66 n.Chr.

    Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:

  17. 2 Timotheüs 4:2ca. 66 n.Chr.

    Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.

  18. 2 Timotheüs 4:3ca. 66 n.Chr.

    Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;

  19. 2 Timotheüs 4:4ca. 66 n.Chr.

    En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.

  20. 2 Timotheüs 4:5ca. 66 n.Chr.

    Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.

  21. 2 Timotheüs 4:6ca. 66 n.Chr.

    Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande.

  22. 2 Timotheüs 4:7ca. 66 n.Chr.

    Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden;

  23. 2 Timotheüs 4:8ca. 66 n.Chr.

    Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

  24. 2 Timotheüs 4:9ca. 66 n.Chr.

    Benaarstig u haastelijk tot mij te komen.

  25. 2 Timotheüs 4:10ca. 66 n.Chr.

    Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.