Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Mercy of God

102 verzen · 36 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.

  2. Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;

  3. Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  4. Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  5. Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.

  6. Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  7. Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  8. Het huis van Aaron zegge nu, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  9. Dat degenen, die den HEERE vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  10. Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  11. HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.

  12. Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.

  13. Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;

  14. Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  15. Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  16. Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  17. Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  18. Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  19. Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  20. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  21. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  22. Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  23. En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  24. Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  25. Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.